woensdag 4 september 2013

Van pelgrims tot vakantiegangers (2)

Zevenentwintigste dag, woensdag 4 september 2013
Saint-Palais, Hôtel de la Paix


De dag begon met een schitterende rode opkomst van de zon. Om half acht scheen ze parmantig onze kamer binnen op de derde verdieping van Hôtel de la Paix. Vandaag de laatste dag in Saint-Palais, of Donapaleu, zoals de Basken het noemen. Hier is alles tweetalig. Waar de oorsprong van de Baskische taal vandaan komt is onbekend. Vele taaldeskundigen die zich daarover gebogen hebben moeten het antwoord schuldig blijven. De oorsprong van de Basken is in mysteries gehuld. Hun taal is dermate afwijkend van de tegenwoordig bestaande talen, dat de Basken zelfs niet gerekend worden tot de Europese volkeren, zoals de Kelten of Germanen. Een gangbare theorie is dat zij de oorspronkelijke bewoners waren in Zuidwest-Europa, die hun eigenheid en grondgebied steeds met succes hebben weten te verdedigen. Zelfs de Romeinen kregen er geen voet aan de grond. Lijkt een beetje op het dorp van Asterix en Obelix… maar dan groter.

Na een Noord-Europees ontbijt hebben we in alle rust te voet het plaatsje bekeken en de meeste bezienswaardigheden gevonden. Zoals het Maison des Têtes (het huis der koppen), in de volksmond de bijnaam voor een voormalig adellijk huis met op de gevel reliëfjes van de hoofden van de laatste koningen van Navarra en twee allegorische voorstellingen van de duivel en een vrouw. Ertegenover staat de vroeg-16e-eeuwse église Saint Paul, met een apart interieur. Niet zo spectaculair maar het ‘ruikt’ wel naar eeuwenlange geschiedenis.

De temperatuur liep al snel op tot boven de 30 graden. Dus hebben we ons aangepast aan de lokale cultuur en siësta gehouden tot halfvier. Zalig.
Daarna nog even de laatste inkopen. Twee bossen bloemen, een voor madame Valérie en een voor de lieve, attente Jennifer. Terug in het hotel had ze al een tijdschema gemaakt voor morgen.
09.00 uur: vertrek taxi hotel
11.00 uur: Roncesvalles, overstappen in Spaanse taxi.
Alleen moest nog even de huurauto geboekt worden op het vliegveld van Pamplona. Ook dat lukte. Dank zij Jennifer. Om 14.00 uur staat de auto daar voor ons klaar. En dan kan het laatste deel van ons avontuur gaan beginnen.

Ons hotel helemaal rechts op deze foto

Met mij gaat het vandaag, met de nieuwe dosering van het medicijn, beter. Het ‘lichte’ hoofd en de slappe benen zijn een trede genormaliseerd. Dus ik verwacht dat het morgen wéér iets beter gaat.
Na dit alles zaten we lekker aan een kop café au lait en een rosétje op het terras voor het hotel. Niets moeten, alleen maar rustig zitten, voor een dubbeltje mensen en auto’s kijken. Bijvoorbeeld een fraaie Renault-4, wie kent hem niet?
Al mijmerend lieten we de Santiago-gangers, die we onderweg ontmoet hebben, nog even aan ons voorbij trekken. Zoals Mario, de twee Belgen, die met zijn ‘poep’, het stel uit Deurne en Ad uit Waalre. De aanleiding hiervoor vormde een Brits stel, dat met hun fietsen, duidelijk voorzien van ‘de’ schelp, incheckten in het naburige hotel.

Zo dadelijk wacht ons weer een heerlijke maaltijd. We hebben nu alvast besloten dat het vandaag visdag wordt.
O ja, dat zou ik bijna vergeten. Vanmorgen ontdekten we een Lavage Automatique, zo'n Amerikaans achtige wasserette. Nu hadden we nog de kans om al onze kleren te wassen. Nou ja, bijna... we zaten er bijna zo bij als in die Amerikaanse commercial, of serie.
En, zoals ik al eerder schreef, we hebben dus bloemen gekocht voor Jennifer en Valérie. Maar waar moet je die laten bij deze temperatuur?! Heel simpel: in de toiletpot, steeds vers water!

Zo, we gaan zo eten.
Au revoir, voor het laatst vanuit Frankrijk.
Tot morgen in Spanje.

FenG.
____________________

Vlak voordat ik naar bed ga word ik door Louise attent gemaakt op een vervolgmail van Frans en Gerry. Oké, dan maar wat later naar bed, dit moet er nog bij. Het is zo leuk…

Vanavond van een verrukkelijk diner genoten. De vogels floten alsof het lente was. Zo onwaarschijnlijk mooi dat ik aan de patronne, de vrouw des huizes (of eigenaresse van het hotel) vroeg, of het misschien een cd was.
Ze barstte spontaan in lachen uit:
‘Mais non, monsieur, les oiseaux sont vrai! Ce n’est pas Centre Parcs ici!’ We zijn hier niet in Center Parcs...

Bij het begin van het diner kwam ze naar ons toe en bood ons een zelfgemaakte sangria aan 'van het huis', omdat we de laatste dagen de teleurstelling hebben moeten verwerken dat ‘Compostelle’ voor ons niet meer haalbaar was op de fiets. En omdat we morgen, na drie dagen in haar hotel gelogeerd te hebben, weer zouden vertrekken.
Radar zou zeggen: ‘Dit hotel verdient een warme douche!’

Groeten, FenG





dinsdag 3 september 2013

Van pelgrims tot vakantiegangers

Zesentwintigste dag, dinsdag 3 september 2013
Saint-Palais, Hôtel de la Paix


Zoals in het verslag van gisteren staat te lezen werd ik de Polyclinique binnen gebracht in kletsnatte fietskleding, als gevolg van de inspanning en misschien ook wel door de onzekerheid hoe het verder met me zou gaan. Niemand stoorde zich aan deze outfit, ook Gerry was in haar fietsplunje. Maar op deze plaats is het uiterlijk van geen enkel belang. Hier gaat het alleen maar om doortastend handelen.
Dan lig je daar op een smal bedje. Je beseft maar amper wat dit allemaal gaat inhouden. Toen ik in Saint-Jean-le-Vieux voelde dat er een dokter moest komen, zei ik erbij:
'En nu begint het circus...’
Wat zijn de consequenties? Welke besluiten moet je nemen? Wat doen we? Rechtstreeks naar huis? Of gaan we verder met ander vervoer? Tijdens de rit in de ambulance namen we al het besluit dat we, indien mogelijk, de tocht koste wat kost wilden voltooien. Het was er immers mee begonnen om Gerry te laten zien waar ik met May gefietst had. Maar dat we dat fietsend zouden gaan doen, daar dachten we toen nog niet aan. Dat idee is later ontstaan, en nu uitgevoerd. Dus toch door naar Santiago. Het eerste wat er in ons opkwam was de trein. Later kwamen we tot het alternatief om een auto te huren en zoveel mogelijk de pelgrimsweg, de Camino Frances te volgen.

En dan word je ontslagen uit het ziekenhuis. Eerst nog even een cardiogram en een laatste gesprek met de cardiologen, waarin duidelijk gesteld wordt de eerste twee dagen nog in Saint-Palais te blijven en pas als het goed gaat verder te reizen. Pas als er zekerheid bestaat over de goede werking van het voorgeschreven medicijn.
De eerste tabletten waren wat teveel van het goede. De monitor piepte op zijn best. Telkens wanneer het aantal hartslagen beneden de 40 kwam, was het weer zover. Echt uitgerust was ik dus vanmorgen niet. Ik was blij dat ik Gerry weer zag, rond een uur of elf. Ik was net aangekleed en de spullen aan het pakken.

En dan kom je weer buiten, in gewone kleren, heel onwennig. Een terugkeer in de gewone wereld. Gerry had dat gisteravond ook al zo beleefd. Je ziet wandelaars met de schelp door het dorp trekken. Eerst behoorden we tot dezelfde familie, op weg naar hetzelfde einddoel, en nu maak je daar geen deel meer van uit... Maar we gaan niet bij de pakken neerzitten en stellen een nieuw doel: dat is tóch Santiago halen.

Op het kantoor van Jennifer, een aardige, hulpvaardige dame van het hotel, is vandaag het een en ander al uitgewerkt. Maar pas morgen weten we het definitief.
De vlucht voor de thuisreis vanuit Santiago is in elk geval al omgeboekt van 25 naar 10 september.

Wat ik nog niet verteld heb is hoe ik mij vandaag voel. Nog niet zo geweldig, slap in de benen en licht in het hoofd. Ik wijt dat aan het krachtige medicijn. Met ingang van morgen wordt de dosering gehalveerd en zal het waarschijnlijk beter gaan.
Morgen slapen we nog in het hotel en donderdag de vijfde staat om acht uur 's morgens een taxi voor de deur. Na in Saint-Jean-le-Vieux de fietsen opgehaald te hebben bij de goede madame Valérie rijden we de Ibañeta omhoog naar Roncesvalles. Daar staat een busje klaar om ons naar Pamplona te brengen, waar onze huurauto op ons wacht. En dan worden we van pelgrims gewone toeristen naar Santiago.

Namens ons tweeën iedereen bedankt voor de hartelijke en meelevende reacties, die ons weer nieuwe energie geven om onze reis, weliswaar op een andere manier, toch te voltooien.
Nogmaals allemaal bedankt!
FenG.
______________________

Tot zover het door Frans doorgemailde verhaal. Even later belt hij om te checken of het ook aangekomen is. Hoewel hij zich nog slapjes voelt klinkt zijn stem toch weer krachtig als ‘de ouwe Frans’.
Hij is vol lof over het hotel. Er liggen er drie vlak bij elkaar. Gerry is gisteren bij alle drie naar binnen gelopen en heeft de keuze gemaakt voor dit: Hôtel de la Paix. Hotel van de vrede. Een prachtig gebouw…
‘Ja Frans’, onderbreek ik hem even, ‘je hebt een uitstekende kwartiermaakster in dienst genomen…’
Dat is hij lachend met me eens.
‘Ja, echt een prima keuze. Vriendelijk en hulpvaardig personeel, vooral Jennifer. Ik mocht het verslag schrijven op de computer van het hotel. Ons tablet is leeg en de oplader zit nog in de fietstassen. Dus mogen we hier even op de computer. Alleen jammer dat we niet op de blog komen, die is hier afgeschermd.
Het eten is werkelijk voortreffelijk. Dat werd opgediend op het terras aan de achterkant van het hotel, omgeven door die typische Franse platanen. Daarbij het prachtige weer, een zalige zomeravond. Dit hotel is echt een aanrader voor iedereen. We zitten nu te genieten op het balkon op de derde verdieping. We hebben een mooi uitzicht op een plein en hebben net een volksdansgroep aan het werk gezien. Geweldig.’

Morgen hopelijk meer. Pelgrims of niet, we blijven ons tweetal ook als gedwongen 'Santiago-toeristen' natuurlijk 'op de voet' volgen! Tussen haakjes: de foto's bij de berichten van vandaag en gisteren zijn uiteraard 'gegoogeld' op internet.




maandag 2 september 2013

‘Niet zo’n leuk nieuws…’

Vijfentwintigste dag, maandag 2 september 2013
Uhart-Mixe – Saint-Jean-le-Vieux, 22 km….
Totaal 1660 km



Half drie vanmiddag. Telefoon. ‘Frans Kisters’ op de display.
‘Hoi Frans! Zo vroeg al gearriveerd..?!’
‘Ik ben Frans niet…’ De stem van Gerry.
‘Hei Gerry! Enne..?’
‘Ik heb niet zo’n leuk nieuws…’
‘Hoezo? Vertel…’
‘Frans ligt in het ziekenhuis…’
‘Wàt?! Wat is d’r gebeurd?!’

Bewonderenswaardig rustig vertelt ze het. Ze waren zoals gebruikelijk vanmorgen om kwart voor zeven opgestaan, hadden heerlijk ontbeten (met zelfgebakken brood van de patron), afscheid genomen van de Engels sprekende Canadese en vertrokken richting Saint-Jean-Pied-de-Port, een pittige route (zoals te zien is op het hoogteprofiel bij het bericht van gisteren) over de vrij drukke D933.

Alles liep prima, geen probleem. De meeste lange en kortere klimmen waren al achter de rug, toen Frans bij Saint-Jean-le-Vieux, op de vlakke weg nota bene, weer last kreeg van hartkloppingen en ‘een ellendig gevoel met misselijkheid’. Toen na twintig minuten rusten nog geen verbetering was opgetreden, werd besloten aan te bellen bij het eerste het beste huis. Een vrouw deed open.
‘Mon coeur ne marche pas normal’, deed Frans zelf het woord. De vrouw begreep het meteen en belde een dokter, die gelukkig niet al te lang op zich liet wachten. Hij constateerde een veel te hoge hartslag en een te lage bloeddruk en liet onmiddellijk een ambulance komen van de polykliniek in Saint Palais.
Een half uur later reed die met sirene, zwaailicht en liefst drie man ambulancepersoneel het rustige dorp binnen. In de tussentijd was de arts gebleven om van tijd tot tijd de hartslag en de bloeddruk te controleren, zonder verbetering vast te kunnen stellen. Gerry had inmiddels wat kleren ingepakt voor in het ziekenhuis. De fietsen konden bij de hulpvaardige mevrouw achtergelaten worden en na adressen en telefoonnummers uitgewisseld te hebben stapten onze twee pelgrims in de ambulance. Bepaald geen plezierritje. Saint-Palais ligt op ruim 30 kilometer ‘terug’, grotendeels via de weg die vanmorgen gefietst was. Dan zie je pas goed wat je allemaal aan klimmen hebt moeten overwinnen…

In het ziekenhuis werd Frans linea recta naar de Intensive Care gereden en aangesloten aan allerlei enge slangetjes en infusen. Daarbij nog enkele onderzoeken. Een bètablokker zorgde ervoor dat de hartslag weer stabiliseerde.
Als de eerste hectiek voorbij is, de rust terug keert, dan begint pas de impact tot je door te dringen. De tocht nog kunnen voortzetten? Daar was de arts in St.-Jean-le-Vieux al duidelijk genoeg over geweest. Ook al zou Frans zich binnen korte tijd weer goed voelen, het zou toch onverantwoord zijn om verder te fietsen.
Gerry houdt zich bewonderenswaardig sterk en probeert de moed erin te houden:
‘Nou, we hoeven nu tenminste die Pyreneeën niet meer over… zo heeft ieder nadeel ook weer z’n voordeel…’ En wat later: ‘Frans was bang dat ík de zwakke schakel zou zijn, en nu is hij ’t zelf…’ Een typisch familietrekje: steeds de humor proberen in te zien, hoe precair de situatie ook is. Een sterke vrouw, die Gerry.

Hoe nu verder? Hoe komen ze thuis? Wat moet er gebeuren met de fietsen en de bagage? Moet Frans langer in het ziekenhuis blijven? Waar krijgt Gerry dan onderdak? Allemaal vragen die over elkaar tuimelend door je hoofd beginnen te spoken. Voorlopig is er geen zekerheid. Eerst moet het oordeel van de hartspecialist afgewacht worden, die later in de middag komt. Dan pas weten we meer.

Ik spreek met Gerry af tot vanavond te wachten met het bericht op de blog. Tjonge jonge, wát een dreun. Zo lang bezig geweest met de voorbereiding… en nu dit. Vervolgens google ik even naar het ziekenhuis in Saint-Palais: Polyclinique Sokorri, Avenue Frédéric de Saint-Jayme, 64120 Saint-Palais. Ik ben er zelf ook helemaal kapot van. Meer dan drie weken ‘meegefietst’ en nu niets meer. Leegte. Maar wat heb ík nou te zeuren? Vooral voor Frans en Gerry moet het verschrikkelijk zijn.

Rond zes uur weer telefoon. Ditmaal Frans zelf.
‘Jij Frans?!’
‘Ja ik leef nog, hoor!’
Hij is van de IC af en ligt nu op een kamer op de tweede verdieping, maar nog steeds aan de slangetjes. Ter observatie. Tot morgenvroeg. Dan wordt hij, zoals het er nu uitziet, weer ontslagen. Hij voelt zich nu weer goed. De onderzoeken hebben uitgewezen dat er niets aan de hand is dat wijst op een infarct. Volgens de cardioloog werkt alles prima. Wat er wél aan de hand is, dat zijn hartritmestoornissen. Een technisch verhaal. Een onnatuurlijke puls drijft onder bepaalde omstandigheden de hartslag op tot 150 of meer. Dat brengt een ellendig gevoel teweeg met misselijkheid. Het is niet levensbedreigend, maar alleen vervelend voor jezelf en je omgeving. In dit geval dus in de eerste plaats Gerry. Zware lichamelijke belasting wordt voorlopig ten zeerste afgeraden tot er een behandelingsplan gemaakt is met een cardioloog in Nederland. Tot dan moet er dagelijks een pilletje geslikt worden.
‘Ik vind het nog het ergste voor Gerry’, vindt Frans met spijt in zijn stem, ‘zij heeft alles tot in de puntjes voorbereid, georganiseerd en zich alle moeite getroost om dit samen te gaan doen…’

Frans heeft intussen zelfs zijn gebruikelijke verhaaltje geschreven en wil het voorlezen. Das Wort zum… schrecklichen Montag… Ik laat hem weten dat ik vanmiddag zelf al een bericht geschreven heb na het telefoongesprek met Gerry. Maar hij wil het toch.
Het komt grotendeels overeen met wat ik al ‘op papier’ heb gezet. Enkele details verwerk ik er nog in. Tweemaal hetzelfde verhaal is wat ál te overdreven, zeker op een dag als deze.
Frans leest alles voor op zijn bekende manier, kordaat, leuk geformuleerd, totdat hij aan de volgende zin komt:
‘Zo is het en niet anders. Het einde van de droom van ons beiden…’
Dan wordt het stil. Hij breekt, het wordt hem teveel en kan geen woord meer uitbrengen. Gerry neemt het over.

'Morgen moeten we alles regelen met de reisverzekering. Vooral hoe de fietsen naar huis komen. Die kunnen we moeilijk 900 kilometer in de trein mee naar Santiago nemen…'
‘Santiago?’
‘Ja, we hebben besloten met de trein verder te gaan en de reis toch te besluiten in Santiago. Daar willen we ook proberen te regelen of we een vroegere thuisvlucht kunnen krijgen dan die, die we al lang geleden geboekt hebben. Nee, we komen niet naar huis. Dat zou extra pijnlijk zijn. We gaan het afmaken, wel niet op de manier die we gedacht hadden, maar toch. Met Frans is gelukkig niet iets ‘écht ergs’ aan de hand. Als hij zich niet te zwaar belast dan kan dat best.’

Gerry slaapt vannacht alleen. In een hotelletje op twintig minuten afstand. Loopafstand. De fietsen staan immers dertig kilometer verder…
Ik heb met allebei te doen.


zondag 1 september 2013

De Pyreneeën tegemoet

Vierentwintigste dag, zondag 1 september 2013
Saint-Paul-lès-Dax – Uhart-Mixe, 73 km
Totaal 1638 km





De klok van de église Saint Paul slaat zeven. Tijd om op te staan, ontbijten, inpakken, het huisje opruimen, afsluiten en de sleutel op de ‘geheime plek’ leggen. Het uitrijden van de stad verloopt vlekkeloos omdat we gisteren de stadplattegrond goed bestudeerd hebben. We zitten op een nogal drukke weg… totdat we na een kilometer of zeven bij het zien van de wegwijzer naar Heugas tot de conclusie komen dat we op de verkeerde weg zitten, een eind westelijk van de route. Terug naar Dax lijkt geen optie, dus kiezen we voor een verplaatsing oostwaarts door de binnenlanden.
Bij het woord ‘binnenlanden’ weet je ’t al: verschrikkelijke klimmetjes. Onnodig gesmijt met krachten die je later op de dag nog hard nodig hebt. Het is intussen wel duidelijk dat de vlakte van Les Landes nu definitief achter ons ligt…

Eenmaal op de D29 rijden we door het fraaie groene en heuvelachtige landschap van de Béarn, het Franse Baskenland. In de heiige verte grijnzen ons de Pyreneeëntoppen tegemoet.
‘Joa, kammerade, hei kome vier’, pocht Gerry strijdvaardig, ‘gôt mar alvast ee bietje durch de kneijje…’

De D29 slingert zich met vele bochten door de heuvels. Na het dorp Cagnotte volgt nog een stevige klim, en daarna dalen we af naar Peyrehorade, in het dal van de Gave d’Oloron. Daar houden we onze eerste pauze. Er is net rommelmarkt, dus niet alleen terrasje... Maar het moet als rechtgeaarde Hollanders helaas blijven bij 'niet kopen, alleen kijken'. Dat is het nadeel als je met de fiets onderweg bent…

Na Peyrehorade mogen we nog twaalf kilometer langs de oever van de Gave. Tot Caresse, waar de hoofdroute rechtdoor naar Oloron en de Somportpas leidt. Maar wij hebben voor de zogenaamde Navarraroute gekozen, via St.-Jean-Pied-de-Port en de Ibañetapas. Daarom hier dus rechtsaf richting Saint Palais. Al gauw wordt het een heel stuk golvender en volgt het ene klimmetje na het andere. En dat in een brandende zon. Vanmorgen was het nog ietsjes mistig, maar tijdens het eerste omrijden was het al snel warmer geworden, zeg maar gerust heet. Als je ergens stopt moet je dat echt in de schaduw doen. Maar nog altijd beter dít, dan storm en regen.

In Saint Palais, een wat grotere plaats, maken we een tweede pauze en bellen alvast naar de refuge in Ostabat om te reserveren. Maar die is nu al ‘complet’. Dan maar verder op de bonnefooi. Na weer opgestapt te zijn krijgen we de uitsmijter van de dag voor de kiezen: een serieuze, lange en steile klim met een hoogteverschil van meer dan honderd meter. Gelukkig – dat dan wel weer... – gevolgd door een heerlijke, lange, dikverdiende afdaling, die ons in het dorp Uhart-Mixe doet belanden. Hier ontdekt Gerry een bordje naar een Gîte d’Étape.
Het gîtehuis zelf blijkt al volgeboekt, maar achterom kun je de tent opzetten of een ‘mobil home’ huren, een stacaravan. We kiezen voor het laatste. Na het installeren lekker douchen en daarna plat op ligstoelen in de schaduw. En een uurtje ‘eungere’, tukkie doen.

's Avonds om acht uur is het tijd voor de pelgrimsmaaltijd, samen met de overige gasten. Allereerst een groep van acht Frans sprekende Canadezen uit Quebec, van wie er maar één Engels spreekt en zo als tolk kan fungeren; en nog een ‘caminostelletje’ dat onderweg spontaan ontstaan is, bestaande uit een Spaanse ex-politieman (door een schot in zijn benen met vervroegd pensioen) en een leuke Zweedse. Best een internationaal, zelfs intercontinentaal gezelschap. De maaltijd is puik: eerst een dik gevulde groentesoep, dan ‘piperade’, een puree van verse tomaten met soucis et jambon, geserveerd met rode wijn, rosé en water, daarna frommage met een zoet blokje (een smakelijk contrast!) en als dessert een koud geflambeerd puddinkje. Uit de kunst. Tenslotte wordt er nog een roodachtige regionale ‘sjnaps’ geschonken, een beetje pastis-achtig, met ijsblokjes. De gezelligheid stijgt met de minuut.

Weer terug in ons ‘home’ wordt May gebeld. We kijken terug op een pittige dag. Nondeknetter, wat hebben we een paar keer moeten afzien! Maar we hebben het weer doorstaan.
Morgen zullen we niet in St.-Jean-Pied-de-Port overnachten - dat is zo’n drukke kermisachtige toestand… Wel houden we daar een pauze en rijden dan door, over de Ibañetapas naar Roncevalles.

Tot zover het door Frans voorgelezen dagverslag. Het gezellige etentje lijkt hem een beetje in zijn tong geslagen.
Al met al vindt hij het weer een prachtige dag geweest.
‘Das war das Wort zum Sonntag’, hoor ik Gerry op de achtergrond giechelen.

Morgen beginnen we vanaf St.-Jean-Pied-de-Port met het derde en laatste routeboekje van Sweerman. We rijden dan Spanje binnen. De stad van Jacobus komt in zicht.

zaterdag 31 augustus 2013

Rustdag in (Saint-Pauls-lès-) Dax

Drieëntwintigste dag, zaterdag 31 augustus 2013
Saint-Paul-lès-Dax, rustdag
Totaal 1565 km



Heerlijk uitgeslapen, lang gedoucht, waarna een on-Frans ontbijt, met maar liefst twee gebakken eieren. Dat doet een mens goed – in goed Limburgs: ‘dat hult dich dri’. Uiteraard met een 'bak' koffie en thee. Ook vers brood van de bakker mocht natuurlijk niet ontbreken.
De 'parochiële hospita' – de refuge is van de parochie – verscheen ook nog even met de mededeling dat we de sleutel op een bepaalde plaats moesten achterlaten: onder het afdak op een draagbalk, anders konden eventuele nieuwe gasten niet naar binnen.

Toen op weg naar Dax, de stad. Al na tweehonderd meter kwamen we langs de fietsenzaak, die we in de gele gids al hadden aangestreept voor het geval Gerry's fiets nog niet comme-il-faut zou zijn. Maar om eventuele problemen te voorkomen stapten we toch meteen naar binnen om de zaak eens goed te laten controleren. Over een halfuur konden we terugkomen. In de tussentijd bezochten we een soort Blokker; dan vliegt de tijd. Terug bij de reparateur vertelde die, dat hij de afstelling gecorrigeerd had en alles nu perfect werkte. Voor een prijsje van 8 euro hoef je geen trammelant te maken. Gezien de kennis van zaken waarmee hij sprak was dit een echte vakman. Toen we hem later in de stad toevallig tegenkwamen vroeg hij meteen of de fiets naar wens was. Aardig, attent, een betrokken man.

Bij een pizzeria werden we aangesproken door de patron, die geïnteresseerd vroeg hoe we naar Dax waren gekomen.
‘Á vélo, monsieur’. Hij geloofde het niet. Alsof hij voor de eerste keer Nederlandse fietspelgrims zag… We moesten hem overtuigen door onze fietsen te laten zien. Met een gezicht van ‘alle bewondering’ wenste hij ons ‘bon courage’.
In een winkelstraat zaten twee muzikanten. Geweldig, vooral het gitaarspel van een van de twee, die er nog érg jeugdig uitzag.

Aansluitend naar het Office du Tourisme, waar we een plattegrond kregen met een route langs alle bezienswaardigheden. Die hebben we, onder meer via de prachtige kathedraal, de kade langs de Adour met zijn bruggen, de Fontaine Chaude (een naar zwavel ruikende warmwaterbron) en de romeinse stadswallen gevolgd tot de arena. Daar was net een jeu-de-boules toernooi aan de gang. Prachtig om te zien met hoeveel passie en gedrevenheid jong en oud tegen en met elkaar streed voor de eer. Na een sandwich en een glas rode wijn op een naburig terras hebben we het strijdtoneel verlaten en zijn we teruggekeerd naar de refuge. Om daar onder het genot van een koud biertje dit verslag te schrijven. Het was een mooie en vooral rustige dag. Na het diner gaan we naar de Mac om het verslag met behoorlijk wat foto’s door te sturen naar May.

Morgen gaat het weer verder zuidwaarts. De planning is ongeveer 60 kilometer, tot in de omgeving van Saint-Palais. We hebben in de kathedraal een kaars opgestoken. Hopelijk wordt ons gebed verhoord en verloopt ook de rest van onze camino voorspoedig en zonder ongelukken.
Groetjes, Frans en Gerry

Deze mail gaat vergezeld van een behoorlijk aantal foto's die een levendige indruk geven van de stad Dax en hoe die ervaren werd.
Geniet mee hoe onze twee pelgrims (vandaag even doodgewone, profane toeristen...) zich deze zaterdag amuseerden en de accu oplaadden voor de zware dagen in de Pyreneeën.

Dax heeft een lange en rijke romeinse historie. Frans lijkt zich best aangetrokken te voelen tot die stoere legionair met zijn hond. Nou, dit is om mee te beginnen alvast een leuk vakantiekiekje...

... maar dit lijkt er nóg meer op... liederlijk toeristje spelen op een kindercarrousel!
Hè hè, kom nou, waarom zo cynisch? Ook pelgrims mogen zich af en toe eens ontspannen. Maar toch blijf ik me afvragen waarom Gerry uitgerekend die kameel uitgekozen heeft... of is het een dromedaris? Dat zit nóg een stuk ongemakkelijker...
Zien jullie ook hoe bruin Gerry's armen al zijn? En Spanje moet nog komen!


De 'Fontaine Chaude', de warme fontein, die al sinds de romeinse tijd ononderbroken naar zwavel riekend water spuit... zo'n beetje als in Aken de Elisenbrunnen. Vandaar dat ook Dax zo'n mondain kuuroord geworden is...

Nog eens het rijke romeinse verleden van Dax in beeld. Deze restanten van de stadswallen van destijds hebben al bijna tweeduizend jaren overleefd. Kun je nagaan hoe stevig die jongens bouwden. Misschien dat Frans het dáárom op de eerste foto zo goed met die ouwe romein kan vinden...

Wat oneerbiedig vergelijk ik jeu-de-boulen altijd met knikkeren voor volwassen mannen. Mannen die altijd ergens kinderen blijven. Sorry. Als je ziet hoe serieus ermee wordt omgegaan... onvoorstelbaar. Dit is individuele topsport ten top. Puur individueel dan...

De arena is het kloppend hart van de stad waar men hartstikke gek is van stierenvechten. Dat wordt bijna ten overvloede geïllustreerd door de kasteel-, vesting-, dan wel burchtachtige ingang van de Arena. In de romeinse tijd waren het de gladiatoren, nu de stieren en de toreadors... wat zegt dit?

Geen toreador te zien terwijl er toch een stier klaarstaat om hem uit te dagen... eh, als je beter kijkt is het een stierín... Ik vrees dat ze moet oppassen.... een echte stier kan zich ook achter haar bevinden en haar in de rug aanvallen... misschien maakt ie wel de foto..?





vrijdag 30 augustus 2013

Super refuge in Saint-Paul-lès-Dax

Tweeëntwintigste dag, vrijdag 30 augustus 2013
Onesse-et-Laharie – Saint-Paul-lès-Dax, 45 km
Totaal 1565 km


Eindelijk is er weer eens internetverbinding. Waar? Lees dan verder. Dit is het verhaal van vandaag.

Om half elf vertrokken we van camping Bienvenue na een frisse en rumoerige nacht; feestvierders, barbecueërs en Engelse buren, die in hun tent naar een dvd zaten te kijken tot diep in de kleine uurtjes. Toch waren we redelijk uitgerust. Onze de tent was, net zoals de laatste dagen, andermaal drijfnat, van binnen en van buiten. Het koelt ‘s nachts flink af en dat zorgt voor grondmist. Na de boel een beetje te hebben laten drogen begonnen we dus wat later vol goede moed aan onze dagtrip naar Dax. Zoals al eerder beschreven ook nu weer over bijna kaarsrechte wegen. Maar…, nu wel met enkele klimmetjes… eindelijk afwisseling.
Na ongeveer 15 kilometer was bij Frans de accu even leeg. We stopten bij een verlaten, te koop staande woning, waar we achterom op de veranda gingen zitten. Frans had, zoals vaker als hij koffie gedronken heeft, last van hartkloppingen en overmatige transpiratie. Voor hem heel vervelend en voor Gerry best beangstigend. Maar nadat we wat gegeten en gedronken hadden werd de toestand weer normaal. Zoals gezegd, dit was niet de eerste keer. Een tijd geleden zijn we daarvoor bij een cardioloog geweest. Het onderzoek (onder forse inspanning) had niets anders opgeleverd dan de redelijk geruststellende uitslag dat zijn conditie 160% was in vergelijking met mannen van dezelfde leeftijd. Het is voor de omgeving niet leuk, maar toch kan het ook geen kwaad. Dus opletten met koffie, cola en andere gelijksoortige dranken. Maar kom, genoeg hierover.

In Lespéron, waar een kleine kerk staat met een veel gefotografeerde gigantische toren, hebben we inkopen gedaan en even gebeld met Wibo, de fietsenmaker uit Gemert. Frans heeft hem het probleem voorgelegd en zijn aanwijzingen opgevolgd. Volgens Gerry schakelt de fiets nu beter.

Tegen half één waarschuwde een bord ons voor een Route Barrée over drie kilometer. Dat zou betekenen bij het binnenrijden van Gourbera. En dat bleek inderdaad zo te zijn. Een gapend gat waar we met onze fietsen absoluut niet door konden. Rien ne va plus. Et maintenant..? Na een tijdje rondkijken ontwaarde Gerry een piepklein bordje met een schelp, dat kennelijk een omleiding aangaf over een privéterrein. Een provisorisch pad, verhard met stukken dakpannen en ander puin, leidde ons inderdaad langs de ‘barrière’.
Hier in Gourbera, een dorp van 250 inwoners, zochten we vergeefs naar een lunchadres. Op de gevel van de Marie (die staat er echt!) stonden toiletten en drinkwater aangegeven. Nou, dat zag er perfect uit, dus werd dat onze lunchplaats. Een kopje kippensoep voor Frans en een kopje koffie voor Gerry, samen met boterhammen met kaas en worst, deden de in- en uitwendige mens weer goed. Daarop zouden we de rit van vandaag kunnen uitrijden. Bij het napraten verscheen plotseling een bekende ten tonele, even later gevolgd zijn druk pratende echtgenote. Wie, oh wie? Natuurlijk, het stel uit Deurne. Voor de vierde keer al. Even gezellig bijkletsen en toen weer op de fiets.

Van hieruit namen we, van de route af, de kortste weg naar Saint-Paul-lès-Dax, waar een refuge (een pelgrimsherberg) is bij de gelijknamige kerk. We waren aan de vroege kant. Het kantoor zou pas opengaan om half drie. Dat gaf ons de tijd om even wat foto’s te maken van de kerk. Vooral de absis (de ronding van het koor) uit 1120 is prachtig.
Op ons aanbellen werd de deur meteen geopend door een vrouwke met knalrode lippen; het leek wel alsof ze op ons had staan wachten.
Natuurlijk waren we welkom in de refuge. Ze gaf ons meteen een ‘tampon’ (een stempel dus...), nam ons mee naar buiten en wees op een huisje aan de overkant van de straat. We zouden het vandaag waarschijnlijk voor onszelf hebben. Tot onze verwondering bleek het keurig ingericht, met een propere wc en douche. Perfect. Meteen even lekker gedoucht en even gerust op de bank. Daarna naar de Mac, die vlakbij om de hoek bleek te liggen, om eens lekker de blog te gaan lezen en nieuw materiaal door te sturen. May, complimenten!! Je maakt er iedere dag weer iets moois van. Dit zal je toch wel heel veel tijd kosten…

Tot zover het bericht uit de Mac in Saint-Paul-lès-Dax. Inderdaad, ik stop er elke dag behoorlijk wat uurtjes in. Maar wat je leuk vindt, dat doe je nu eenmaal graag. Iedere lezer mag best het plezier proeven dat ik, zonder me lichamelijk moe te hoeven maken(!), met jullie mee kan fietsen. Ik ben er wel niet, maar ik voel me er toch bij. Dus, beste zwager en zusje FenG, ‘geer gedoa!’.
Toch heb ik gisteren aan de telefoon kennelijk iets niet goed begrepen, of niet goed geluisterd, want ik was ervan uitgegaan dat Le Berceau-de-St.-Vincent-de Paul, vijf kilometer ten oosten van de stad, de bestemming voor vandaag zou zijn. Saint-Paul-lès-Dax is echter het westelijke stadsdeel. Een prima uitgangspositie voor een bezoekdag aan Dax.
Morgen meer…

… nee, want om half tien gaat de telefoon. Frans. Of ik alles ontvangen heb. Ik ben net klaar met het bewerken van het verhaal. Mooi, dan kan morgen ook alles doorgemaild worden. Dan komt Gerry nog even aan de lijn. Enthousiast, lyrisch bijna. Dat huisje… geweldig! Een keuken met elektrische kookplaat, een magnetron, de koelkast en kastjes gevuld met allerlei dingen die een pelgrim kan gebruiken om eens een weelderige overnachting te genieten. Zelfs waspoeder bij de wasmachine en een kast met boeken over Santiago – met zelfs een sudokuboekje ertussen! En alles blietseblank! Gewoonweg super. En de fietsen staan ook nog eens binnen.
‘En wat denk je wat dat kost..?’, besluit ze haar lofzang.
‘Geen idee…’
‘Vrije gave..! Dat is toch niet te geloven?!’
Dan ga je toch niet ‘uit’ eten, dan blijf je toch gewoon lekker ‘thuis’ om te genieten van dit onderkomen, ‘ons’ huisje voor twee dagen. Dus heerlijk gekookt (gebakken aardappeltjes, filetlapjes, salade, toetje, samen met een wijntje) en nu zitten we knus op de bank. Er zijn zes slaapplaatsen in het huisje, maar er is nog niemand anders komen opdagen. Dus zijn we nog gezellig met z'n tweetjes. Nou, wie doet je wat..?!

Morgen gaan we het centrum van Dax bekijken, op lége fietsen. En voor de rest rusten. We hebben trouwens ook besloten om rustig aan te doen en de rit naar St.-Jean-Pied-de-Port te gaan doen in twee dagen. Dat wordt al zwaar genoeg. En we hebben toch alle tijd..?


donderdag 29 augustus 2013

Langs linialen door Les Landes

Eenentwintigste dag, donderdag 29 augustus 2013
Salles-Bilos – Onesse et Laharie, 96 km
Totaal 1520 km



We worden vanochtend op Le Bilos gewekt door een wondermooie opkomst van de zon, die als een fonkelende gouden bal door de ochtendmist aan het breken is. Een prachtig begin van de dag.
Om tien uur worden we met een ‘Bon Camino!’ uitgezwaaid door de bijzonder aardige patron. Eerst die vier kilometer terug naar Salles en van daar uit naar Belin-Béliet, een wat grotere plaats. Hier is het even zoeken en vragen naar la route à Pissos; iedereen stuurt ons een andere kant op, totdat in de kerk de kosteres een aanwijzing geeft die we denken te mogen vertrouwen. Ze is afkomstig uit de Elzas en spreekt nog een beetje gebroken Duits. Na haar bedankt te hebben blijven we nog even op de trappen voor de ingang zitten om de heerlijke gebakjes te verorberen, die we even tevoren bij een boulangerie gekocht hebben.

Weer op weg naar het zuiden komen we door het dorpje Boutox, dat allerlei associaties oproept met… nou ja, het scheelt maar twee letters. Er waren helaas geen mensen op straat om het te checken... rare gedachten, maar die komen vanzelf, je moet wat te doen hebben op deze wegen. We zitten namelijk in Les Landes, een bosrijk gebied, doorsneden met lange, liniaalrechte wegen met grof asfalt. Een onvoorstelbare eentonigheid. De her en der verspreide dorpen liggen tien, twintig kilometer uit elkaar en ertussen is er niets, rien, nada, niënte. Alleen maar bos. Bos. En bos. Je begint op den duur al lyrisch te worden van de minste vorm van afwisseling, bijvoorbeeld als je een vogel ziet opvliegen of een eekhoorntje ziet oversteken. Als het tenminste niet te grazen wordt genomen door een van de auto’s die als ‘gekken’ toeterend aan ons voorbij racen.

Moustey, 35 kilometer achter de wielen, is een markant punt op de pelgrimsroute. Er liggen twee eeuwenoude kerkjes met de ruggen tegen elkaar. Bij een daarvan is een houten bouwwerkje aan de toren getimmerd, dat doet denken aan een kasteel.
Achter die kerk staat een uit hout gesneden Jacobsbeeld en op het grasveldje ervoor een onnoemelijk veel gefotografeerde gebeeldhouwde steen met de vermelding dat we vanaf dit punt beginnen aan de laatste duizend kilometer. In ons geval trouwens wat meer, maar daarover meer in het vervolg van dit verhaal. Op een bankje eten we een boterham onder het nauwgezet toeziend oog van een hond, die met een engelengeduld blijft hopen dat er iets voor hem afvalt. Als we daarna het kerkje binnen zijn gelopen, horen we ineens bekende stemmen. Het stel uit Deurne, dat we onderweg al twee keer eerder ontmoet hebben! Na enthousiaste wederzijdse uitwisseling van ervaringen rijden we weer verder.

Op weg naar Labouheyre, nog steeds over die eentonige, langs een gigantische meetlat getrokken wegen door de bossen, worden we door grote borden (ten overvloede...) meermaals herinnerd aan het feit dat we op weg zijn naar Compostela; in het Frans 'Compostelle’. Nog steeds rijdend op de Voie de Tours, de Via Tourenensis, een van de hoofdroutes die straks in Puente la Reina samenkomen en als één Camino Frances de pelgrims verder leiden naar Jacobus. Maar zo ver zijn we nog lang niet. Gerry’s versnellingsapparaat vertoont kuren. Als ze schakelt wordt de opdracht pas een paar seconden later uitgevoerd. Vervelend. We besluiten in Labouheyre even een fietsenmaker op te zoeken. Nou ja, even…

Daar aangekomen met bijna 70 kilometer op de teller vragen we her en der aan voorbijgangers naar een reparateur de vélo. Met als gevolg dat we van le petit cabinet à la mur gestuurd worden, van het kastje naar de muur; op z’n Frans lijkt dat nóg erger. We crossen als een toeristentreintje door het stadje, tot we na heel wat extra kilometers uiteindelijk arriveren bij een handel in grasmachines, waar je ook voor fietsen terecht heet te kunnen. De reparateur geeft na enig geklungel toe dat hij zich niet kan meten met een professionele fietsenmaker. Het schakelen is wel iets verbeterd, maar hij raadt ons toch aan in Dax een echte vakbroeder te raadplegen.
Het boekje van Sweerman geeft aan dat er in Labouheyre een camping is. Wat we aantreffen lijkt daar echter weinig op. Wel een wei met een paar tentjes, een kantoortje, maar voor de rest totaal geen voorzieningen. Zoiets is niet bepaald wat we zoeken en we besluiten dan ook verder te rijden. Het is pas vier uur, dus we hebben nog even de tijd voordat het donker wordt…

Tien kilometer verder in Escource, waar geen camping is, drinken we op een terrasje koffie en thee, in alle rust, relaxed. Het is nog twaalf kilometer tot de volgende camping, opnieuw over een onafzienbare rechte weg met vreselijk grof asfalt. Nog even op de tanden bijten. We zetten er duchtig de sokken in en halen daarbij, Gerry op ‘Boost’ en Frans als (een weliswaar zwaarbepakte) tourrenner, snelheden tot 28 kilometer per uur. Over opbouwen van conditie gesproken..!

Om kwart voor zes rijden we in Onesse-et-Laharie de poort binnen van camping Bienvenue, een naam die je meteen een welkom gevoel geeft. Er is net een jeu-de-boulestoernooi aan de gang. De patron heeft nauwelijks tijd voor ons. ‘Zet de tent maar ergens neer waar jullie willen, vanavond kunnen we afrekenen…’
Bienvenue is een heel aardige camping. Zwembad, speeltuintje, tafeltennistafels, jeu-de-boulesbanen, en overal weldadige vakantie-ontspanning en -inspannning. Nadat we de tent opgezet hebben en alles ingeruimd, oppert Frans dat we best gezellig ‘uit’ kunnen gaan eten. We zijn vandaag immers precies drie weken op weg, best een mijlpaal om een feestelijk tintje aan te geven, tóch? Het campingrestaurant heeft echter weinig meer te bieden dan een croque-monsieur (tosti) en andere snacks uit de magnetron. Dat voldoet na 96 kilometer niet echt aan onze verwachtingen. Dus fietsen we het dorp in, maar vinden alle restaurants gesloten. Misschien gaan ze later open, maar we hebben nú honger. Dan maar zelf kokkerellen. Na de benodigde inkopen in een Vival-minisupermarktje zitten we een halfuur later bij de tent heerlijk te smikkelen van het resultaat van Gerry’s culinaire kunsten. Macaroni met roomkaas en allerlei andere ingrediënten, samen met een blikje bier. De wijn is voor vanavond… santé alvast.

Morgen rijden we richting Dax. Een steenworp van maar 50 kilometer. Even buiten de stad in Le Berceau-de-Saint-Vincent-de-Paul, het pelgrimsoord waar de heilige Vincent-de-Paul vereerd wordt, bevindt zich een speciaal onderkomen voor pelgrims. Daar willen we nog een extra dag blijven om ons op te laden voor de écht zware klimdagen over de Pyreneeën die ons te wachten staan. Én natuurlijk om de oude stad Dax te verkennen met haar warmwaterbaden en romeinse resten.
Tot morgen. Bedankt voor jullie vele reacties, al die heerlijke arbeidsvitamientjes.