Zestiende dag, zaterdag 24 augustus 2013
Poitiers – Melle, 68 km
‘Het ging eigenlijk hartstikke goed vandaag’, is de reactie van Frans op mijn gebruikelijke vraag, ‘ja, alleen waren er op weg naar de Atlantische kust heel wat meer klimmetjes dan in het boekje van Sweerman stonden…’ Een intussen bekend gegeven.
‘Maar laat ik nu maar beginnen met wat ik heb opgeschreven’, gaat hij verder tegen een duidelijk hoorbaar, storend akoestisch decor van luidruchtige stemmen.
‘Onze belangrijkste zorg was vandaag natuurlijk de reparatie van de tent. We hadden het geluk dat vlakbij de jeugdherberg een Decatlon was, zo’n sportzaak. We lieten de kapotte stok aan een medewerker zien.
‘Pas de problème’, was zijn reactie. Er kon een nieuw deel tussen gezet worden, een nieuw elastiek erdoorheen getrokken…’… en dan valt de lijn weg. Stilte. Le bruit de silence… the sound of slilence. Ik wacht enkele minuten in de hoop dat Frans voor de tweede keer belt. Als dat niet gebeurt probeer ik het zelf en krijg een onheilspellend trillerig pieptoontje. Verbinding compleet verbroken. Elke poging tijdens de rest van de avond wordt ‘beantwoord’ met hetzelfde geluid.
Geen nieuws dus vandaag. Blogkomkommertijd. Omdat ik aanneem dat ze vandaag gevorderd zijn tot Melle – een (best wel groot) gat zonder wifi – plaats ik er maar een foto bij van de veelgeroemde plaatselijke romaanse kerk. De schitterende Saint-Hilaire, Sint Hilarius. Doet denken aan hilariteit… maar opnieuw geven de gebeurtenissen van vandaag daar weinig of geen aanleiding toe.
Het begint zo’n beetje te voelen als een pelgrimstocht van vroeger eeuwen, toen de moderne communicatiemiddelen, die wij nu de gewoonste zaak van de wereld vinden, nog niet uitgevonden waren. Als iemand vertrokken was bleef hij gewoon maanden ‘weg’, zonder dat het thuisfront ook maar het minste wist van zijn – of haar – wederwaardigheden, voorspoed of tegenslag, geluk of ongeluk, kortom: er heerste een al dan niet beklemmend iets wat we tegenwoordig ‘radiostilte’ noemen.
Hier moet uw evangelist, blogmaster of journalist het vandaag node bij laten. Gelukkig echter met een nog steeds door-echoënde eerste zin van Frans: ‘Het ging eigenlijk hartstikke goed vandaag.’ Behalve de verbinding dan.
Morgen hopelijk meer.
______________________________
... en weer terug
Zondagochtend meldt Frans zich weer. Ze hebben heerlijk geslapen in hun gerenoveerde tent. Maar om half elf zijn ze nog steeds in Melle op de camping, waar ze staan te schuilen onder een afdak, terwijl het met bakken uit de lucht komt. Het was begonnen met wat gedruppel, maar allengs hadden ze daarboven – zoals Frans het omschrijft – steeds harder ‘de turbo aangezet’. Alles zit al ingepakt op de fietsen, behalve de tent, die ze hadden laten staan om te drogen... sic. Als ik op mijn laptop voor hem de buienradar raadpleeg kan ik hem in zóverre gerust stellen dat het erop lijkt dat het over een halfuurtje weer droog wordt. Maar veel kilometers zullen er vandaag niet in zitten, denkt Frans.
De oorzaak van de ‘radiostilte’ van gisteravond was een lege batterij van zijn mobieltje, dat niet beschikt over een waarschuwingssignaal als het bijna ‘zo ver’ is.
Dan nu het vervolg van het onderbroken verhaal. Nadat in de Decatlon van Poitiers de tentstok (hier ‘tube’ genoemd) met succes gerepareerd is, kopen ze ook nog nieuwe fietshandschoentjes en een nieuwe fietsbroek voor Frans.
‘Die was totaal versleten’, schildert Frans op beeldende wijze de situatie, ‘er zaten van achteren een paar gaten in. Ik reed zogezegd bijna in mijn blote kont – misschien dat ik daardoor zoveel vrouwen achter me aan had.’ Op de achtergrond hoor ik een bekend lachje…
Als we na 45 kilometer in Saint-Sauvant aankomen is het heerlijk weer. We hebben tijd genoeg voor een terrasje. Ernaast is een kapperszaakje en Gerry vindt dat ze daar best even haar kapsel kan laten bijknippen. Dat gaat echter niet; ze kan wel een afspraak maken voor volgende week..! Toch enigszins bezwaarlijk. Zoveel tijd hebben we nu ook weer niet.
We rijden door naar Melle en zetten onze tent neer op de plaatselijke camping municipal met de schitterende naam La Fontaine de Villiers. Sweerman geeft in zijn boekje hoog op over deze plek: een romeinse wasplaats, een Karolingische tuin met middeleeuwse planten die elders nergens meer te zien zijn… enfin, je verwacht wat. Maar het lijkt meer op een complex volkstuintjes en de camping zelf blijkt een doorsnee municipalletje dat maar beperkt open is. In september kom je hier voor een gesloten poort.
We eten ‘s avonds in een pittoresk restaurantje waar een varken aan het spit ronddraait. Er is ook een oude bakkersoven, waar de mensen in vroeger eeuwen naartoe kwam om hun eigen brood te laten bakken. Echt een historische omgeving.
Daarna drinken we een kop koffie in een ander etablissement. Al even schilderachtig. Vooral het publiek, dat verrassende overeenkomsten vertoont met bewoners van St.-Anna in Venray. Een oud echtpaar komt binnen met een pop, waarvoor het kinderstoeltje aan hun tafeltje bijgeschoven wordt. Ze worden gevolgd door nog meer verknipte figuren. Zelfs monsieur le curé, meneer pastoor. Het lijkt wel volkstoneel, een vermakelijk tableau vivant van een breugeliaans schilderij. Een luidruchtig pandemonium. Tot zover.
Alles op een rijtje gezet denk ik dat Frans me gisteravond vanuit deze laatste gelegenheid gebeld heeft. Voor alle duidelijkheid: de bijgaande foto’s zijn allemaal van internet geplukt.
zaterdag 24 augustus 2013
vrijdag 23 augustus 2013
De 'slag' bij Poitiers
Vijftiende dag, vrijdag 23 augustus 2013
Châtellerault - Poitiers, 35 km
Het is vanochtend maar een natte boel. De tent is kletsnat en staat er gehandicapt bij met haar geknakte, gebroken pootje. Maar ja, geen tijd voor medelijden. We moeten verder. Dus na ontbijten en opruimen weer op de fietsen. Richting Chezelle. Het is niet altijd even gemakkelijk om een stad uit te komen, zo ook nu niet, maar na enig zoeken is uiteindelijk de goede route weer opgespoord. Het moment dat je zeker weet dat je weer op de goede weg zit geeft een prettig voldaan gevoel. Je kunt weer koers varen op de routebeschrijving uit het boekje.
Vanaf dat moment loopt het vlekkeloos, alle aanwijzingen zijn gemakkelijk te vinden en zo fietsen we probleemloos over stille plattelandswegen langs uitgestorven dorpjes door het dal van de Clain. Af en toe maken we een foto van een fraai château dat we passeren, met als hoogtepunt het schitterende exemplaar in het dorp Dissay.
Alles gaat voorspoedig. Een heerlijk ritje. Tot… net voor Poitiers. Gerry ziet een mooi park, een pracht plek om te lunchen alvorens de stad in te rijden. En daar voltrekt zich een klein drama. Op het bochtige grindpad slipt Gerry’s voorwiel weg. In een reflex probeert ze haar val te breken door zich op te vangen op haar handen. Bepaald geen zachte landing, bijzonder pijnlijk zelfs. Er hebben bij Poitiers in het verre verleden al veel historische 'slagen' plaatsgevonden. Dit is de volgende... Meteen afwassen met water uit de bidons en koelen met pas gekochte blikjes uit een koelvak. Maar veel verlichting brengt het niet. Dat dit uitgerekend moet gebeuren op de dag dat we de eerste duizend kilometer volmaken én precies twee weken onderweg zijn, twee maal zeven dagen, het dubbele geluksgetal… nou ja, dat schijnt zich zelfs tegen je te keren… Als ze nou nog haar fietshandschoentjes gedragen had, dan zou het minder pijnlijk geweest zijn. Ze had nieuwe nodig, maar de laatste dagen zijn we nog geen geschikte winkel tegengekomen. Maar hoe dan ook, met pijnlijke handen is het moeilijk sturen.
Poitiers is de bedevaartsplaats van de heilige Hilarius. Maar zo hilarisch, zo dolkomisch, is het vandaag allesbehalve…
Als we om twee uur na een zoektocht in de stad de auberge de jeunesse gevonden hebben, blijkt die pas om zes uur open te gaan. Hoe overbrug je vier lange uren op een bloedhete middag? Naast de jeugdherberg ontdekken we een zwembad en daar mogen we desgevraagd tijdelijk onze bagage stallen in een kleedhokje. Perfect. Zijn we daar alvast van verlost.
Daardoor kunnen we met lege fietsen de historische binnenstad gaan verkennen. Opvallend schoon en helder. We genieten van de rust in het stadspark, waar mensen wandelen, jeu de boules spelen of heerlijk in de schaduw in het gras liggen. In een aantal kerken die we bezoeken valt helaas geen ‘tampon’ te scoren. Kennelijk is het te warm en, wie weet, liggen de kosters ergens op een geheim plekje te zonnen. In de Notre-Dame-la-Grande vragen we een priester, die zich echter verontschuldigt met een 'je-ne-sais-pas', ik weet niet waar de stempel ligt, ik ben hier ook maar gast... De stempel van Poitiers krijgen we tenslotte wel in het Office du Tourisme.
Intussen tikt de klok door naar het tijdstip van zes uur waarop de jeugdherberg haar poorten opent en het zwembad hopelijk niet haar poorten sluit. Het wordt krap, want onderweg passeren wij het postkantoor, waar we even naar binnen gaan om de boekjes deel 1 naar huis te sturen. Dat scheelt toch weer 468 gram voor de rest van de tocht. Ook stoppen we nog bij een Carrefour (een grote supermarkt) voor wat inkopen ten behoeve van de inwendige mens.
Bij de jeugdherberg aangekomen verzorgt Gerry de inschrijving en vervolgens een heerlijke maaltijd waar we zelfs morgen nog op kunnen teren. De bijpassende wijn valt echter minder in de smaak, zeldzaam in Frankrijk. Ik ga nu stoppen, want Gerry wordt ongeduldig…
Tot zover het doorgemailde bericht van Frans, dat pas om tien over tien in mijn mailbox belandt. Even eerder heb ik Frans nog gebeld voor 'bloginfo'. Er moet toch dagelijks iets op, hoe miniem ook.
'Heb je de mail niet gekregen?' reageert hij verwonderd, 'ik heb 'm zonet verstuurd, hoogstens vijf minuten geleden.' Tussen het verzenden en aankomen van mails blijkt vaak een aanzienlijke tijd te zitten. Of ligt dat aan de belabberde internetverbindingen in Frankrijk? Je ne sais pas.
In de jeugdherberg zit ook een verlegen Japans meisje, fragiel en breekbaar, in haar eentje op wereldreis. Ze komt uit Kyoto, de plaats waar Makiko, de levensgezellin van zoon Peter, ook vandaan komt. Maar haar Engels is zo beperkt dat een echt gesprek nauwelijks mogelijk is. Gerry’s handen doen nog steeds pijn. De muizen zijn blauw en opgezet. Toch heeft ze zitten whats’appen met Nancy en zit ze op dit moment de foto's door te mailen.
'Morgen zien we wel verder… ook eerst maar eens een Brique-Marché proberen te vinden om de tent weer in orde te krijgen. En dan naar… ik denk naar Melle. Saintes zal wel te ver zijn.'
Nogmaals, die internetverbindingen in Frankrijk…. ’t Is nu middernacht. Maar nog steeds geen foto’s in de mailbox. Daarom maar weer op zoek op internet om dit bericht met passende illustraties op te leuken…
Châtellerault - Poitiers, 35 km
Het is vanochtend maar een natte boel. De tent is kletsnat en staat er gehandicapt bij met haar geknakte, gebroken pootje. Maar ja, geen tijd voor medelijden. We moeten verder. Dus na ontbijten en opruimen weer op de fietsen. Richting Chezelle. Het is niet altijd even gemakkelijk om een stad uit te komen, zo ook nu niet, maar na enig zoeken is uiteindelijk de goede route weer opgespoord. Het moment dat je zeker weet dat je weer op de goede weg zit geeft een prettig voldaan gevoel. Je kunt weer koers varen op de routebeschrijving uit het boekje.
Vanaf dat moment loopt het vlekkeloos, alle aanwijzingen zijn gemakkelijk te vinden en zo fietsen we probleemloos over stille plattelandswegen langs uitgestorven dorpjes door het dal van de Clain. Af en toe maken we een foto van een fraai château dat we passeren, met als hoogtepunt het schitterende exemplaar in het dorp Dissay.
Alles gaat voorspoedig. Een heerlijk ritje. Tot… net voor Poitiers. Gerry ziet een mooi park, een pracht plek om te lunchen alvorens de stad in te rijden. En daar voltrekt zich een klein drama. Op het bochtige grindpad slipt Gerry’s voorwiel weg. In een reflex probeert ze haar val te breken door zich op te vangen op haar handen. Bepaald geen zachte landing, bijzonder pijnlijk zelfs. Er hebben bij Poitiers in het verre verleden al veel historische 'slagen' plaatsgevonden. Dit is de volgende... Meteen afwassen met water uit de bidons en koelen met pas gekochte blikjes uit een koelvak. Maar veel verlichting brengt het niet. Dat dit uitgerekend moet gebeuren op de dag dat we de eerste duizend kilometer volmaken én precies twee weken onderweg zijn, twee maal zeven dagen, het dubbele geluksgetal… nou ja, dat schijnt zich zelfs tegen je te keren… Als ze nou nog haar fietshandschoentjes gedragen had, dan zou het minder pijnlijk geweest zijn. Ze had nieuwe nodig, maar de laatste dagen zijn we nog geen geschikte winkel tegengekomen. Maar hoe dan ook, met pijnlijke handen is het moeilijk sturen.
Poitiers is de bedevaartsplaats van de heilige Hilarius. Maar zo hilarisch, zo dolkomisch, is het vandaag allesbehalve…
Als we om twee uur na een zoektocht in de stad de auberge de jeunesse gevonden hebben, blijkt die pas om zes uur open te gaan. Hoe overbrug je vier lange uren op een bloedhete middag? Naast de jeugdherberg ontdekken we een zwembad en daar mogen we desgevraagd tijdelijk onze bagage stallen in een kleedhokje. Perfect. Zijn we daar alvast van verlost.
Daardoor kunnen we met lege fietsen de historische binnenstad gaan verkennen. Opvallend schoon en helder. We genieten van de rust in het stadspark, waar mensen wandelen, jeu de boules spelen of heerlijk in de schaduw in het gras liggen. In een aantal kerken die we bezoeken valt helaas geen ‘tampon’ te scoren. Kennelijk is het te warm en, wie weet, liggen de kosters ergens op een geheim plekje te zonnen. In de Notre-Dame-la-Grande vragen we een priester, die zich echter verontschuldigt met een 'je-ne-sais-pas', ik weet niet waar de stempel ligt, ik ben hier ook maar gast... De stempel van Poitiers krijgen we tenslotte wel in het Office du Tourisme.
Intussen tikt de klok door naar het tijdstip van zes uur waarop de jeugdherberg haar poorten opent en het zwembad hopelijk niet haar poorten sluit. Het wordt krap, want onderweg passeren wij het postkantoor, waar we even naar binnen gaan om de boekjes deel 1 naar huis te sturen. Dat scheelt toch weer 468 gram voor de rest van de tocht. Ook stoppen we nog bij een Carrefour (een grote supermarkt) voor wat inkopen ten behoeve van de inwendige mens.
Bij de jeugdherberg aangekomen verzorgt Gerry de inschrijving en vervolgens een heerlijke maaltijd waar we zelfs morgen nog op kunnen teren. De bijpassende wijn valt echter minder in de smaak, zeldzaam in Frankrijk. Ik ga nu stoppen, want Gerry wordt ongeduldig…
Tot zover het doorgemailde bericht van Frans, dat pas om tien over tien in mijn mailbox belandt. Even eerder heb ik Frans nog gebeld voor 'bloginfo'. Er moet toch dagelijks iets op, hoe miniem ook.
'Heb je de mail niet gekregen?' reageert hij verwonderd, 'ik heb 'm zonet verstuurd, hoogstens vijf minuten geleden.' Tussen het verzenden en aankomen van mails blijkt vaak een aanzienlijke tijd te zitten. Of ligt dat aan de belabberde internetverbindingen in Frankrijk? Je ne sais pas.
In de jeugdherberg zit ook een verlegen Japans meisje, fragiel en breekbaar, in haar eentje op wereldreis. Ze komt uit Kyoto, de plaats waar Makiko, de levensgezellin van zoon Peter, ook vandaan komt. Maar haar Engels is zo beperkt dat een echt gesprek nauwelijks mogelijk is. Gerry’s handen doen nog steeds pijn. De muizen zijn blauw en opgezet. Toch heeft ze zitten whats’appen met Nancy en zit ze op dit moment de foto's door te mailen.
'Morgen zien we wel verder… ook eerst maar eens een Brique-Marché proberen te vinden om de tent weer in orde te krijgen. En dan naar… ik denk naar Melle. Saintes zal wel te ver zijn.'
Nogmaals, die internetverbindingen in Frankrijk…. ’t Is nu middernacht. Maar nog steeds geen foto’s in de mailbox. Daarom maar weer op zoek op internet om dit bericht met passende illustraties op te leuken…
donderdag 22 augustus 2013
Jour du TGV et la tente
Veertiende dag, donderdag 22 augustus 2013
Tours - Châtellerault, 93 km
Telefoon. Weer geen internetverbinding dus.
‘Bonsoir, François, comment allez-vous?’
‘Daar kan ik kort over zijn’, klinkt het vanuit Frankrijk, ‘heet… heet… én héét! In het begin nog aangenaam koel, maar bij het verstrijken van de uren steeds heter. Een brandende zon, de enige verkoeling was fietsen. Vandaag zijn we aan het tweede boekje van de Sint-Jacobsroute van Sweerman begonnen. Dan nu het verslag van vandaag. Ik zal mijn best doen om het tempo in toom te houden…’
'Je hebt het bericht van gisteren gelezen...'
'Jahaa!'
Na een Frans ontbijt in hotel Colbert worden we via een ingewikkelde route langs de kathedraal en ‘la gare’ de stad uit geleid. Bij St.-Avertin (na ongeveer 5 kilometer) worden we staande gehouden door een groep wandelaars. Route barrée. Er wordt een viaduct aangelegd voor een nieuw TGV-traject. Zelfs te voet kom je er niet door, geven ze ons te kennen. Een van hen weet een alternatief en vraagt, om het uit te leggen, wie van ons tweeën ‘le chef’ is.
Frans: ‘Après quatre-deux ans de mariage…’ Gelach. Met andere woorden, vertel het ons maar allebei.
Als we op de aangegeven omleiding zitten nemen we een zoekend echtpaar uit Brugge op sleeptouw, ook op weg naar Santiago. Ze hebben maar een beperkte tijd omdat ze allebei nog in hun ‘werkzame leven zitten’. Op 15 september moeten ze er zijn voor de geboekte thuisvlucht. Dat betekent meer dan 100 kilometer per dag. Tot Veigne rijden ze met ons mee en vervolgen dan flink doortrappend hun weg.
In Saint-Maure de Touraine (na 40 kilometer), waar we een pauze maken op een bank voor het Hôtel de Ville, komt een echtpaar uit Deurne aanrijden en stopt bij ons. Ook Santiagogangers. Even kletsen natuurlijk. Terwijl zij verder rijden genieten wij nog van twee overheerlijke verse fruitvlaaitjes en vervolgen daarna ook onze reis in de richting van het dal van de Vienne.
Veertien heuvelachtige kilometers verder bij Ports aan de Vienne leidt een viaduct ons over de A10… om aan het einde in een niemandsland terecht te komen. Geen weg meer te zien. Alleen een gigantische bouwput… vanwege een volgend viaduct voor de nieuwe TGV-lijn! Opnieuw de TGV! Train Grande Vitesse. Maar wij? Voor ons géén grande vitesse. Ho maar! We plukken zelf een alternatief van de kaart en komen in het vlekje Sauvage, waar een vrouw op een keukenstoel voor een boerderijtje zit. Als we haar de weg willen vragen blijkt ze een Engelse te zijn. Samen met haar man, die binnen ligt te slapen, hebben ze jaren geleden dit boerderijtje gekocht en het mooi opgeknapt. Hun oudedagsvoorziening. Maar nu komt de TGV, die hun bezit als een drilboor uit elkaar zal gaan trillen. Ze zit op haar stoel te kijken naar de trucs met opleggers, meer dan veertig per dag, die grond aanvoeren voor een nieuwe spoordijk…
Plotseling verschijnt vanaf de andere kant het stel van Deurne. Tweede ontmoeting. Verwarring compleet. Ze hebben zes kilometers omgereden over steile klimmen en door diepe dalen. Compleet over de rooie. Dank zij de TGV. Gerry maakt van het oponthoud gebruik door zich binnen om te kleden en zich te hullen in een wat luchtiger tenue. De nieuwe ‘flappie’ van Frans moet eraan geloven. Met een mes worden er gaten in gesneden om de bovenkamer wat luchtiger te houden.
Bij Pussigny liggen we een halfuur in het gras op een schaduwrijk plekje aan de oever van de Vienne. God in Frankrijk. Hier besluiten we vandaag door te rijden tot Châtellerault met zijn mooie Jacobskerk, nog twintig hete kilometers, en daar in de buurt een camping te zoeken. Daar aangekomen stappen we met ruim 90 op de teller het Office de Tourisme binnen. Van een aardige jongedame aan de balie krijgen we een prachtige grote stempel van de stad én een routebeschrijving naar de gemeentelijke camping. Richting Chauvigny aanhouden. Camping Municipal Le Chillou d’Ozon.
Daar zitten we nu. Tegen een (belachelijk lage) prijs van € 6,55… niet te geloven, je zou je bijna schamen. Maar aan de andere kant toch ook weer een welkome compensatie voor het hotel en de Griek in Tours.
We zijn er nauwelijks een paar minuten of de eerste TGV schiet voorbij… Het is echt de dag van de TGV. Maar niet alleen dat. Ook de dag van de tent. Want bij het opzetten breekt plotseling een van de flexibele stangen. Dus toch niet zo flexibel. Na de boel met lijm behandeld te hebben en omwikkeld met tape breekt ie opnieuw. De behandeling wordt nogmaals herhaald en de spalk nog eens extra omwikkeld met touw. Het lukt, maar voor alle zekerheid wordt ons slaaponderkomen met een scheerlijn zo uitgericht dat niet alle spanning op één punt komt te staan. Hopelijk houdt-ie ’t vannacht. Vervelend. Morgen maar eens op zoek naar aluminium buisjes om over de breuk heen te schuiven.
Er zal vanavond wel niet veel tijd overblijven om Châtellerault-by-night te gaan verkennen. Oké. Nou, dit was dan ‘le jour du TGV et la tente’.
Morgen fietsen we naar Poitiers, waar Gerry’s fameuze voorouder Karel Martel in 732 de oprukkende moslimlegers versloeg. We zijn er op een flinke steenworp en een paar klimmetjes vandaan en hopen er rond de middag al te zijn om genoeg tijd te hebben om die mooie oude stad te bekijken. Zo'n beetje een halve rustdag. We nemen daar onze intrek in de jeugdherberg, tenminste… als die ook niet dichtgetimmerd is.
Tours - Châtellerault, 93 km
Telefoon. Weer geen internetverbinding dus.
‘Bonsoir, François, comment allez-vous?’
‘Daar kan ik kort over zijn’, klinkt het vanuit Frankrijk, ‘heet… heet… én héét! In het begin nog aangenaam koel, maar bij het verstrijken van de uren steeds heter. Een brandende zon, de enige verkoeling was fietsen. Vandaag zijn we aan het tweede boekje van de Sint-Jacobsroute van Sweerman begonnen. Dan nu het verslag van vandaag. Ik zal mijn best doen om het tempo in toom te houden…’
'Je hebt het bericht van gisteren gelezen...'
'Jahaa!'
Na een Frans ontbijt in hotel Colbert worden we via een ingewikkelde route langs de kathedraal en ‘la gare’ de stad uit geleid. Bij St.-Avertin (na ongeveer 5 kilometer) worden we staande gehouden door een groep wandelaars. Route barrée. Er wordt een viaduct aangelegd voor een nieuw TGV-traject. Zelfs te voet kom je er niet door, geven ze ons te kennen. Een van hen weet een alternatief en vraagt, om het uit te leggen, wie van ons tweeën ‘le chef’ is.
Frans: ‘Après quatre-deux ans de mariage…’ Gelach. Met andere woorden, vertel het ons maar allebei.
Als we op de aangegeven omleiding zitten nemen we een zoekend echtpaar uit Brugge op sleeptouw, ook op weg naar Santiago. Ze hebben maar een beperkte tijd omdat ze allebei nog in hun ‘werkzame leven zitten’. Op 15 september moeten ze er zijn voor de geboekte thuisvlucht. Dat betekent meer dan 100 kilometer per dag. Tot Veigne rijden ze met ons mee en vervolgen dan flink doortrappend hun weg.
In Saint-Maure de Touraine (na 40 kilometer), waar we een pauze maken op een bank voor het Hôtel de Ville, komt een echtpaar uit Deurne aanrijden en stopt bij ons. Ook Santiagogangers. Even kletsen natuurlijk. Terwijl zij verder rijden genieten wij nog van twee overheerlijke verse fruitvlaaitjes en vervolgen daarna ook onze reis in de richting van het dal van de Vienne.
Veertien heuvelachtige kilometers verder bij Ports aan de Vienne leidt een viaduct ons over de A10… om aan het einde in een niemandsland terecht te komen. Geen weg meer te zien. Alleen een gigantische bouwput… vanwege een volgend viaduct voor de nieuwe TGV-lijn! Opnieuw de TGV! Train Grande Vitesse. Maar wij? Voor ons géén grande vitesse. Ho maar! We plukken zelf een alternatief van de kaart en komen in het vlekje Sauvage, waar een vrouw op een keukenstoel voor een boerderijtje zit. Als we haar de weg willen vragen blijkt ze een Engelse te zijn. Samen met haar man, die binnen ligt te slapen, hebben ze jaren geleden dit boerderijtje gekocht en het mooi opgeknapt. Hun oudedagsvoorziening. Maar nu komt de TGV, die hun bezit als een drilboor uit elkaar zal gaan trillen. Ze zit op haar stoel te kijken naar de trucs met opleggers, meer dan veertig per dag, die grond aanvoeren voor een nieuwe spoordijk…
Plotseling verschijnt vanaf de andere kant het stel van Deurne. Tweede ontmoeting. Verwarring compleet. Ze hebben zes kilometers omgereden over steile klimmen en door diepe dalen. Compleet over de rooie. Dank zij de TGV. Gerry maakt van het oponthoud gebruik door zich binnen om te kleden en zich te hullen in een wat luchtiger tenue. De nieuwe ‘flappie’ van Frans moet eraan geloven. Met een mes worden er gaten in gesneden om de bovenkamer wat luchtiger te houden.
Bij Pussigny liggen we een halfuur in het gras op een schaduwrijk plekje aan de oever van de Vienne. God in Frankrijk. Hier besluiten we vandaag door te rijden tot Châtellerault met zijn mooie Jacobskerk, nog twintig hete kilometers, en daar in de buurt een camping te zoeken. Daar aangekomen stappen we met ruim 90 op de teller het Office de Tourisme binnen. Van een aardige jongedame aan de balie krijgen we een prachtige grote stempel van de stad én een routebeschrijving naar de gemeentelijke camping. Richting Chauvigny aanhouden. Camping Municipal Le Chillou d’Ozon.
Daar zitten we nu. Tegen een (belachelijk lage) prijs van € 6,55… niet te geloven, je zou je bijna schamen. Maar aan de andere kant toch ook weer een welkome compensatie voor het hotel en de Griek in Tours.
We zijn er nauwelijks een paar minuten of de eerste TGV schiet voorbij… Het is echt de dag van de TGV. Maar niet alleen dat. Ook de dag van de tent. Want bij het opzetten breekt plotseling een van de flexibele stangen. Dus toch niet zo flexibel. Na de boel met lijm behandeld te hebben en omwikkeld met tape breekt ie opnieuw. De behandeling wordt nogmaals herhaald en de spalk nog eens extra omwikkeld met touw. Het lukt, maar voor alle zekerheid wordt ons slaaponderkomen met een scheerlijn zo uitgericht dat niet alle spanning op één punt komt te staan. Hopelijk houdt-ie ’t vannacht. Vervelend. Morgen maar eens op zoek naar aluminium buisjes om over de breuk heen te schuiven.
Er zal vanavond wel niet veel tijd overblijven om Châtellerault-by-night te gaan verkennen. Oké. Nou, dit was dan ‘le jour du TGV et la tente’.
Morgen fietsen we naar Poitiers, waar Gerry’s fameuze voorouder Karel Martel in 732 de oprukkende moslimlegers versloeg. We zijn er op een flinke steenworp en een paar klimmetjes vandaan en hopen er rond de middag al te zijn om genoeg tijd te hebben om die mooie oude stad te bekijken. Zo'n beetje een halve rustdag. We nemen daar onze intrek in de jeugdherberg, tenminste… als die ook niet dichtgetimmerd is.
woensdag 21 augustus 2013
Jeugdherberg dichtgespijkerd
Dertiende dag, woensdag 21 augustus 2013
Fréteval - Tours, 100 km
Om even na zeven uur vanavond komt het volgende mailtje binnen vanuit Tours:
We waren om 17.45 uur in hotel Colbert. De jeugdherberg van Tours was met houten platen dichtgespijkerd. Dus moesten we uitwijken naar dit onderkomen. Op dit moment begint een straatmuzikant onder onze kamer te spelen. Echt Frans sfeertje.
We gaan nu eerst de kathedraal bezoeken en wat eten. Na de 100 km van vandaag hebben we best trek en we zijn behoorlijk verbrand.
Groetjes, Frans en Gerry.
Knap. Ze hebben nu al bijna 900 kilometer in de benen. Straks meer.
______________________________
Tegen kwart voor elf – intussen nog niks op de mail verschenen – gaat de telefoon. Frans.
‘Heb je nog steeds niets binnen? We zitten hier al uren te proberen om ons verhaal en foto’s door te mailen. Als je hier in het hotel aankomt is het van ‘Oui, nous avons wifi’, maar als het eropaan komt werkt ’t niet. Ga je naar beneden, moeten ze weer eens ‘resetten’… dat blijft maar hóddele, zonder resultaat… nee, wat informatica betreft is Frankrijk compleet achtergebleven gebied. Ik zal je maar weer eens voorlezen wat we vanavond geschreven hebben.’
Pen en papier erbij, snelle steekwoorden opkrabbelen… je kunt merken dat Frans niet in het onderwijs gezeten heeft. Zijn dictee-snelheid is zelfs voor de snelste leerling niet bij te houden…
Hier dan de reconstructie van het verhaal aan de hand van de steekwoorden. Met van internet geplukte foto’s. Ik voorzie het van de volgende titel:
Ook pappie met ‘slappie’
Vanochtend om kwart voor zeven ging weer de wekker. We wilden vroeg de weg op om de laatste lange rit van het eerste boekje tot een goed einde te brengen. Maar toen we onze spullen wilden gaan halen, die in de gemeenschappelijke ruimte lagen te drogen, bleek die nog gesloten. Maar weer even terug naar bed en om kwart voor acht weer eens gaan kijken, maar helaas. De patron in geen velden of wegen te bekennen. Dus begonnen we maar alvast met inpakken, waarna... om een lang verhaal kort te maken: we vertrokken pas tegen tien uur. De ochtendkoelte was intussen al voor een groot deel vervangen door de warmte van de dag.
Een behulpzame wielrenner bood aan om ons vanaf de camping zo snel mogelijk weer op de route terug te brengen. Te laat kregen we in de gaten dat dat hij niet ónze route bedoelde, maar de zíjne. We waren als het ware van de kaart in het boekje van Sweerman af gereden. Niks meer te herkennen. Dus écht behoorlijk van de kaart. Waar moesten we naartoe? Goede raad was duur. Maar ook weer gratis, want toen we ergens voor hulp een gemeentehuis binnen stapten, werden we door een ambtenaar weer op het goede spoor gewezen.
Zo startte de dag met een omweg van zo’n tien kilometers, waarbij ook nog eens de nodige onvoorziene klimmen genomen moesten worden. De mooie vlakke, toeristische route langs le Loir ging zo aan onze neus voorbij.
In Vendôme, een mooi stadje, waar we volgens plan eigenlijk na 15 kilometer hadden moeten aankomen, gingen we met 25 kilometer achter de wielen op zoek naar de bekende Chapelle Saint-Jacques, de Jacobskapel. Toen we ze eindelijk gevonden hadden bleken we niet verder te komen dan de buitendeur, die hermetisch gesloten was. Er was wel een terras in de buurt waar we ons even neerlieten. Terwijl we daar zaten arriveerde er een ‘gesikte’ Catweazle-achtig figuur met een jeansrokje aan – nee, geen Schot, maar een Fransman van in de zeventig met een levenspartner die er ook al even smoezelig middeleeuws uitzag. Dat zoiets hier kan groeien zonder wortels… toch effe gniffele…
Na een ruim aantal kilometers maakten we in een dorpje een lunchpauze op een grasveld in de schaduw van een boom. Bij een naburig woonhuis, waar een groep mensen bij elkaar zat, vulden we onze bidons. Ondanks het nog redelijk vroege uur van de dag zaten ze al aan de champagne en probeerden ons gastvrij te verleiden ook een glaasje mee te drinken, waar we echter wijselijk voor bedankten.
Het stadje Château-Renault zag er schattig uit, maar gezien onze late start, de hitte en de vele kilometers die nog voor ons lagen, besloten we toch maar liever snel door te rijden. Het werd weer heuvelachtiger en de routeaanwijzingen waren af en toe niet al te duidelijk, waardoor de rit van vandaag steeds meer begon te lijken op een puzzeltocht met de nodige on-nodige omwegen. Dertig kilometer verder daalden we bij Vouvray, tussen de wijngaarden door, af in het dal van La Loire, een van de breedste rivieren van Frankrijk.
Na tien vlakke kilometers over een fietspad door het Loire-dal - de kathedraal was al van verre te zien - reden we rond vijf uur de buitenwijken van de stad Tours binnen. Onze Tomtom leidde ons probleemloos (weliswaar langs drukke wegen) naar de jeugdherberg… die echter compleet dichtgespijker was! Een noodzakelijke wijziging voor het boekje van Sweerman dus. In de nabijheid van de kathedraal vonden we in de rue Colbert, een van de oudste straten van de stad, een hotel met dezelfde naam. Jawel, men had er ‘connection internet’, en de prijs-kwaliteitverhouding leek billijk. Dus… dat moest kunnen na die goedkope camping van gisteren. Man gönt sich ja sonst gar nichts… il citatum.
Na ons kwartier gemaakt te hebben verstuurden we een kort mailtje naar onze ‘blogmaster’ (meester May dus) en liepen de stad in. Eerst naar de kathedraal, waar we een mooie stempel kregen van de koster. Daarna vonden we een leuk terras bij een Grieks restaurant. Terwijl we daar zaten kwam – je houdt het niet voor mogelijk..! – ‘Flappie met Slappie’ van gisteren (die eigenlijk Ad heet) ook weer voorbij. Weer samen aan tafel en bij heerlijk eten de dag de revue laten passeren. Ad had dezelfde routeproblemen gehad. Je begint je af te vragen of dit soort ontmoetingen louter toeval zijn. Maar leuk zijn ze wel. Na het eten liepen we door de smalle steegjes van de oude binnenstad naar het hotel terug.
Overigens heeft Frans vandaag, op aanraden van Gerry, ook zo’n ‘slappie’ gekocht met het oog op de uitbundig zonnige dagen die ons nog te wachten staan. Dus, Nancy en Peter, pappie heeft nu ook zijn ‘slappie’..!
Gerry, op de achtergrond soufflerend, tenslotte: ‘Ich hoof mar ee hòhf woad te zage, krien ich ’t heur wer iggen heng geduid… Nou, het was zeker niet zo’n gemakkelijke dag als we gedacht hadden. Best wel heftig. Maar morgen doen we het wat kalmer aan. Naar Poitiers is het ongeveer 120 kilometer. Dat doen we op ons gemak in twee dagen. Alles kumt good....’
... En dat klopt. Vandaag in de vroege ochtend lukte het wél met de mail. Weer werk aan de winkel dus; tekst bijstellen en foto's vervangen. De volgende eigen foto's van Frans en Gerry werden toegevoegd: de kathedraal, de kapel in Vendôme (Gerry voor de gesloten deur), het fietspad langs de Loire en het verlichte steegje.
Fréteval - Tours, 100 km
Om even na zeven uur vanavond komt het volgende mailtje binnen vanuit Tours:
We waren om 17.45 uur in hotel Colbert. De jeugdherberg van Tours was met houten platen dichtgespijkerd. Dus moesten we uitwijken naar dit onderkomen. Op dit moment begint een straatmuzikant onder onze kamer te spelen. Echt Frans sfeertje.
We gaan nu eerst de kathedraal bezoeken en wat eten. Na de 100 km van vandaag hebben we best trek en we zijn behoorlijk verbrand.
Groetjes, Frans en Gerry.
Knap. Ze hebben nu al bijna 900 kilometer in de benen. Straks meer.
______________________________
Tegen kwart voor elf – intussen nog niks op de mail verschenen – gaat de telefoon. Frans.
‘Heb je nog steeds niets binnen? We zitten hier al uren te proberen om ons verhaal en foto’s door te mailen. Als je hier in het hotel aankomt is het van ‘Oui, nous avons wifi’, maar als het eropaan komt werkt ’t niet. Ga je naar beneden, moeten ze weer eens ‘resetten’… dat blijft maar hóddele, zonder resultaat… nee, wat informatica betreft is Frankrijk compleet achtergebleven gebied. Ik zal je maar weer eens voorlezen wat we vanavond geschreven hebben.’
Pen en papier erbij, snelle steekwoorden opkrabbelen… je kunt merken dat Frans niet in het onderwijs gezeten heeft. Zijn dictee-snelheid is zelfs voor de snelste leerling niet bij te houden…
Hier dan de reconstructie van het verhaal aan de hand van de steekwoorden. Met van internet geplukte foto’s. Ik voorzie het van de volgende titel:
Ook pappie met ‘slappie’
Vanochtend om kwart voor zeven ging weer de wekker. We wilden vroeg de weg op om de laatste lange rit van het eerste boekje tot een goed einde te brengen. Maar toen we onze spullen wilden gaan halen, die in de gemeenschappelijke ruimte lagen te drogen, bleek die nog gesloten. Maar weer even terug naar bed en om kwart voor acht weer eens gaan kijken, maar helaas. De patron in geen velden of wegen te bekennen. Dus begonnen we maar alvast met inpakken, waarna... om een lang verhaal kort te maken: we vertrokken pas tegen tien uur. De ochtendkoelte was intussen al voor een groot deel vervangen door de warmte van de dag.
Een behulpzame wielrenner bood aan om ons vanaf de camping zo snel mogelijk weer op de route terug te brengen. Te laat kregen we in de gaten dat dat hij niet ónze route bedoelde, maar de zíjne. We waren als het ware van de kaart in het boekje van Sweerman af gereden. Niks meer te herkennen. Dus écht behoorlijk van de kaart. Waar moesten we naartoe? Goede raad was duur. Maar ook weer gratis, want toen we ergens voor hulp een gemeentehuis binnen stapten, werden we door een ambtenaar weer op het goede spoor gewezen.
Zo startte de dag met een omweg van zo’n tien kilometers, waarbij ook nog eens de nodige onvoorziene klimmen genomen moesten worden. De mooie vlakke, toeristische route langs le Loir ging zo aan onze neus voorbij.
In Vendôme, een mooi stadje, waar we volgens plan eigenlijk na 15 kilometer hadden moeten aankomen, gingen we met 25 kilometer achter de wielen op zoek naar de bekende Chapelle Saint-Jacques, de Jacobskapel. Toen we ze eindelijk gevonden hadden bleken we niet verder te komen dan de buitendeur, die hermetisch gesloten was. Er was wel een terras in de buurt waar we ons even neerlieten. Terwijl we daar zaten arriveerde er een ‘gesikte’ Catweazle-achtig figuur met een jeansrokje aan – nee, geen Schot, maar een Fransman van in de zeventig met een levenspartner die er ook al even smoezelig middeleeuws uitzag. Dat zoiets hier kan groeien zonder wortels… toch effe gniffele…
Na een ruim aantal kilometers maakten we in een dorpje een lunchpauze op een grasveld in de schaduw van een boom. Bij een naburig woonhuis, waar een groep mensen bij elkaar zat, vulden we onze bidons. Ondanks het nog redelijk vroege uur van de dag zaten ze al aan de champagne en probeerden ons gastvrij te verleiden ook een glaasje mee te drinken, waar we echter wijselijk voor bedankten.
Het stadje Château-Renault zag er schattig uit, maar gezien onze late start, de hitte en de vele kilometers die nog voor ons lagen, besloten we toch maar liever snel door te rijden. Het werd weer heuvelachtiger en de routeaanwijzingen waren af en toe niet al te duidelijk, waardoor de rit van vandaag steeds meer begon te lijken op een puzzeltocht met de nodige on-nodige omwegen. Dertig kilometer verder daalden we bij Vouvray, tussen de wijngaarden door, af in het dal van La Loire, een van de breedste rivieren van Frankrijk.
Na tien vlakke kilometers over een fietspad door het Loire-dal - de kathedraal was al van verre te zien - reden we rond vijf uur de buitenwijken van de stad Tours binnen. Onze Tomtom leidde ons probleemloos (weliswaar langs drukke wegen) naar de jeugdherberg… die echter compleet dichtgespijker was! Een noodzakelijke wijziging voor het boekje van Sweerman dus. In de nabijheid van de kathedraal vonden we in de rue Colbert, een van de oudste straten van de stad, een hotel met dezelfde naam. Jawel, men had er ‘connection internet’, en de prijs-kwaliteitverhouding leek billijk. Dus… dat moest kunnen na die goedkope camping van gisteren. Man gönt sich ja sonst gar nichts… il citatum.
Na ons kwartier gemaakt te hebben verstuurden we een kort mailtje naar onze ‘blogmaster’ (meester May dus) en liepen de stad in. Eerst naar de kathedraal, waar we een mooie stempel kregen van de koster. Daarna vonden we een leuk terras bij een Grieks restaurant. Terwijl we daar zaten kwam – je houdt het niet voor mogelijk..! – ‘Flappie met Slappie’ van gisteren (die eigenlijk Ad heet) ook weer voorbij. Weer samen aan tafel en bij heerlijk eten de dag de revue laten passeren. Ad had dezelfde routeproblemen gehad. Je begint je af te vragen of dit soort ontmoetingen louter toeval zijn. Maar leuk zijn ze wel. Na het eten liepen we door de smalle steegjes van de oude binnenstad naar het hotel terug.
Overigens heeft Frans vandaag, op aanraden van Gerry, ook zo’n ‘slappie’ gekocht met het oog op de uitbundig zonnige dagen die ons nog te wachten staan. Dus, Nancy en Peter, pappie heeft nu ook zijn ‘slappie’..!
Gerry, op de achtergrond soufflerend, tenslotte: ‘Ich hoof mar ee hòhf woad te zage, krien ich ’t heur wer iggen heng geduid… Nou, het was zeker niet zo’n gemakkelijke dag als we gedacht hadden. Best wel heftig. Maar morgen doen we het wat kalmer aan. Naar Poitiers is het ongeveer 120 kilometer. Dat doen we op ons gemak in twee dagen. Alles kumt good....’
... En dat klopt. Vandaag in de vroege ochtend lukte het wél met de mail. Weer werk aan de winkel dus; tekst bijstellen en foto's vervangen. De volgende eigen foto's van Frans en Gerry werden toegevoegd: de kathedraal, de kapel in Vendôme (Gerry voor de gesloten deur), het fietspad langs de Loire en het verlichte steegje.
dinsdag 20 augustus 2013
Flappie met slappie
Twaalfde dag, dinsdag 20 augustus 2013
Chartres – Fréteval, 90 km
Na een onvergetelijke rustdag in Chartres gaat vanochtend om kwart voor zeven al de wekker. Vandaag zijn de omstandigheden prima en kunnen kilometers gemaakt worden. Het ligt in de planning om Cloyes-sur-le-Loir te bereiken en morgen de resterende kilometers naar Tours te rijden. We genieten van redelijk vlakke landschappen, zeker in vergelijking met de voorgaande dagen, onder een stralend blauwe hemel. Zonder tegenwind, nee, zelfs rugwind. Ideaal! De rustdag heeft ons goed gedaan. Dank zij de opgeladen energie (niet alleen Gerry’s accu..!) nemen we de hellingen die er zijn met het grootste gemak. Bijzonder mooi is het fietspad langs de Loir.
Na ruim veertig kilometer nemen we in Bonneval plaats op een terras voor een salade du jour, de (maaltijd-)salade van de dag. Terwijl we op onze bestelling zitten te wachten stopt er op het pleintje een man op een Koga met op zijn hoofd een flaphoed met slappe rand. Alle aanwijzingen voor Nederlanderschap compleet. Op ons groeten komt hij naar ons toe. Inderdaad, ook op weg naar Santiago en afkomstig uit Waalre. Werkzaam bij de GGD Helmond en vanuit die invalshoek ook redelijk bekend in Bakel. Hij schuift bij ons aan en eet onder veel uitwisseling van reisavonturen gezellig een hapje mee. Een van de leuke ontmoetingen van vandaag. Flappie met slappie.
We nemen in Bonneval de tijd en lopen de kerk binnen. Hier valt ons vooral de open wenteltrap naar het oksaal op. Gerry denkt meteen aan haar moeder:
‘Als mama hier altijd naar boven zou moeten, dan ben ik bang dat ze gauw zou stoppen met het kerkkoor…’ Er zijn mensen die hier de humor van inzien…
We rijden vandaag bij perfect zomerweer door mooie bosrijke gebieden in de vallei van de Loir, de Lóir, niet te verwarren met de grotere Loire. We passeren mooie dorpjes en steden zoals Flacey, Marboue en Chateaudun. Vanaf deze laatste stad volgen we de N10, die door Sweerman als alternatief vermeld wordt. Recht-toe-recht-aan. Dat schiet effe lekker op, zeker met de wind in de rug. Maar het heeft niet de charme van een verkeersluwe fietsroute.
Eén kilometer voor Cloyes-sur-le-Loir ligt aan de overkant van de rivier een prachtig kasteel op de hoge oever. Een foto waard. Ook het stadje zelf is het bekijken waard met zijn vele laatmiddeleeuwse huizen met van die overstekende verbrede bovenverdiepingen – destijds een handig middel om straatbelasting te ontduiken.
Wij voelen ons zó lekker in vorm dat we besluiten nog een eind verder te rijden. Zo arriveren we twaalf kilometer verder rond vijf uur in het stadje Fréteval, bekend vanwege een beslissende veldslag in 1194, waaruit de vermaarde Richard Leeuwenhart als overwinnaar tevoorschijn kwam. Een vervallen kasteelruïne onderstreept het historische verleden van het stadje. Alvorens naar de camping te gaan doen we eerst boodschappen.
Camping La Maladrerie is er een van het betere soort. Mooie plaatsen en een uitnodigend zwembad. Het mooiste is echter de campingprijs: 2,50 per persoon en 2,55 voor de plek met tent. In totaal € 7,55 voor ons beiden! Waar vind je dat nog?
We slaan ons tentje op naast een Brits stel, dat vanmorgen nog met de auto door de kanaaltunnel reed. Nice neighbours. Gezellig in de omgang.
Tot zover Frans. Dan neemt Gerry de telefoon even over.
‘We zitten hier prima. We hebben een mooie dag achter de rug, voelen ons heel goed. Geen centje pijn met ‘de poep’ (geen zitproblemen dus), alleen een beetje kriebelhoest en een koortslip. Niks bijzonders. Dat heb ik altijd, iedere zomer, als de zon veel schijnt. Bijna traditie. Ik smeer de hele dag, maar daar valt niet tegenop te smeren. Geen probleem, een paar dagen en het is weer weg.
We gaan nu lekker douchen en nog een uurtje genieten van een heerlijke zomeravond met volle maan. De fles wijn is al pater. We hebben dus niks te klagen…’
Frans: ‘Morgen nog een kilometer of 80 naar Tours… daar nemen we weer de jeugdherberg. Ik denk dus niet dat we morgen met elkaar bellen, maar dat het ‘blogmateriaal’ via de e-mail naar je toe komt.’
Alles liep vandaag op rolletjes. Een fietsdag om van te dromen. Morgen in Tours kan het eerste routeboekje opgeborgen worden. Of naar huis gestuurd.
Bonne nuit, et pour demain bonne route. Les anges sont avec vous.
Chartres – Fréteval, 90 km
Na een onvergetelijke rustdag in Chartres gaat vanochtend om kwart voor zeven al de wekker. Vandaag zijn de omstandigheden prima en kunnen kilometers gemaakt worden. Het ligt in de planning om Cloyes-sur-le-Loir te bereiken en morgen de resterende kilometers naar Tours te rijden. We genieten van redelijk vlakke landschappen, zeker in vergelijking met de voorgaande dagen, onder een stralend blauwe hemel. Zonder tegenwind, nee, zelfs rugwind. Ideaal! De rustdag heeft ons goed gedaan. Dank zij de opgeladen energie (niet alleen Gerry’s accu..!) nemen we de hellingen die er zijn met het grootste gemak. Bijzonder mooi is het fietspad langs de Loir.
Na ruim veertig kilometer nemen we in Bonneval plaats op een terras voor een salade du jour, de (maaltijd-)salade van de dag. Terwijl we op onze bestelling zitten te wachten stopt er op het pleintje een man op een Koga met op zijn hoofd een flaphoed met slappe rand. Alle aanwijzingen voor Nederlanderschap compleet. Op ons groeten komt hij naar ons toe. Inderdaad, ook op weg naar Santiago en afkomstig uit Waalre. Werkzaam bij de GGD Helmond en vanuit die invalshoek ook redelijk bekend in Bakel. Hij schuift bij ons aan en eet onder veel uitwisseling van reisavonturen gezellig een hapje mee. Een van de leuke ontmoetingen van vandaag. Flappie met slappie.
We nemen in Bonneval de tijd en lopen de kerk binnen. Hier valt ons vooral de open wenteltrap naar het oksaal op. Gerry denkt meteen aan haar moeder:
‘Als mama hier altijd naar boven zou moeten, dan ben ik bang dat ze gauw zou stoppen met het kerkkoor…’ Er zijn mensen die hier de humor van inzien…
We rijden vandaag bij perfect zomerweer door mooie bosrijke gebieden in de vallei van de Loir, de Lóir, niet te verwarren met de grotere Loire. We passeren mooie dorpjes en steden zoals Flacey, Marboue en Chateaudun. Vanaf deze laatste stad volgen we de N10, die door Sweerman als alternatief vermeld wordt. Recht-toe-recht-aan. Dat schiet effe lekker op, zeker met de wind in de rug. Maar het heeft niet de charme van een verkeersluwe fietsroute.
Eén kilometer voor Cloyes-sur-le-Loir ligt aan de overkant van de rivier een prachtig kasteel op de hoge oever. Een foto waard. Ook het stadje zelf is het bekijken waard met zijn vele laatmiddeleeuwse huizen met van die overstekende verbrede bovenverdiepingen – destijds een handig middel om straatbelasting te ontduiken.
Wij voelen ons zó lekker in vorm dat we besluiten nog een eind verder te rijden. Zo arriveren we twaalf kilometer verder rond vijf uur in het stadje Fréteval, bekend vanwege een beslissende veldslag in 1194, waaruit de vermaarde Richard Leeuwenhart als overwinnaar tevoorschijn kwam. Een vervallen kasteelruïne onderstreept het historische verleden van het stadje. Alvorens naar de camping te gaan doen we eerst boodschappen.
Camping La Maladrerie is er een van het betere soort. Mooie plaatsen en een uitnodigend zwembad. Het mooiste is echter de campingprijs: 2,50 per persoon en 2,55 voor de plek met tent. In totaal € 7,55 voor ons beiden! Waar vind je dat nog?
We slaan ons tentje op naast een Brits stel, dat vanmorgen nog met de auto door de kanaaltunnel reed. Nice neighbours. Gezellig in de omgang.
Tot zover Frans. Dan neemt Gerry de telefoon even over.
‘We zitten hier prima. We hebben een mooie dag achter de rug, voelen ons heel goed. Geen centje pijn met ‘de poep’ (geen zitproblemen dus), alleen een beetje kriebelhoest en een koortslip. Niks bijzonders. Dat heb ik altijd, iedere zomer, als de zon veel schijnt. Bijna traditie. Ik smeer de hele dag, maar daar valt niet tegenop te smeren. Geen probleem, een paar dagen en het is weer weg.
We gaan nu lekker douchen en nog een uurtje genieten van een heerlijke zomeravond met volle maan. De fles wijn is al pater. We hebben dus niks te klagen…’
Frans: ‘Morgen nog een kilometer of 80 naar Tours… daar nemen we weer de jeugdherberg. Ik denk dus niet dat we morgen met elkaar bellen, maar dat het ‘blogmateriaal’ via de e-mail naar je toe komt.’
Alles liep vandaag op rolletjes. Een fietsdag om van te dromen. Morgen in Tours kan het eerste routeboekje opgeborgen worden. Of naar huis gestuurd.
Bonne nuit, et pour demain bonne route. Les anges sont avec vous.
maandag 19 augustus 2013
Genieten in Chartres
Elfde dag, maandag 19 augustus 2013
Chartres, rustdag, 0 km
Vandaag mailden Frans en Gerry het volgende verhaal door uit Chartres. Toen ik gisteravond belde zaten ze net in een prachtig concert in de kathedraal. Vandaar dat ik geen gehoor kreeg.
Hier nu in tweede instantie het reisverhaal van gisteren, alsmede een terugblik op de dag van vandaag.
Tiende dag, zondag 18 augustus 2013
Condé-sur-Vesgre – Chartres, 50 km
De weersvoorspellingen zagen er niet goed uit voor de nacht en volgende ochtend. Een zwaar bewolkte dag met veel regen. Dus hadden we alles van de fietsen gehaald en alvast binnen gelegd, in ons romantisch huisje. Maar 's morgens leek het nogal mee te vallen. Dus snel ontbijten en wegwezen, voor alle zekerheid maar met de regenjasjes aan. Niet voor niets, want inderdaad vielen er onderweg een paar buitjes. De eerste echte regen van onze hele tocht. Jan de Wind was ons echter nog steeds niet vergeten, maar het landschap was een heel stuk vriendelijker dan de afgelopen dagen en we konden snel vorderingen maken.
In Maintenon bij het kasteel, waar we een stempel scoorden, werden we aangesproken door een echtpaar afkomstig uit de UK. Zij hadden fietsen gehuurd en waren op zoek naar een fietsvriendelijke route naar Chartres. We lieten hen onze routekaart zien en boden hen aan om een stukje met ons mee te rijden. Maar enkele kilometers verder verlieten ze ons om verder hun eigen route te fietsen. Toen we vlakbij Chartres op zoek waren naar een lunch mogelijkheid zagen we het tweetal weer terug.
Bij de nadering van Chartres zagen we de kathedraal reeds van kilometers afstand staan pronken. Een stuk buiten de stad kwamen we op een schitterend fietspad terecht, helemaal door het parkachtig groen langs de rivier de Eure. Dan rij je de bebouwde kom binnen, waar nog even een stevig klimmetje genomen moet worden; en dan sta je oog in oog met dat enorme, imposante bouwwerk, gerealiseerd in een tijdsbestek van dertig jaar, een uitzonderlijk korte bouwperiode.
Natuurlijk eerst een stempel. Dat lukte meteen in het winkeltje van de kathedraal.
Na wat eerste verkenningen besloten we de jeugdherberg op te zoeken. De beheerder, een gepensioneerde oudere heer, heette ons hartelijk welkom. ‘Weer Nederlanders en alweer op de fiets!’ lachte hij vanuit de grond van zijn hart. Hij kon redelijk verstaanbaar Engels spreken, zij het met een sterk nasaal Frans accent, zodat het toch goed opletten bleef.
We kregen een eigen (zespersoons..!) kamer. En voor onze fietsen was er een aparte berging aanwezig. Even later arriveerde een groep Duitse jongeren, uit de omgeving van Nürnberg. De beheerder trok een bedenkelijk gezicht. Veel te druk en te rumoerig. Hij was tenslotte gepensioneerd en gesteld op enige rust….
Nadat we onze kamer ingericht hadden, vertrokken we op heerlijk lege fietsen naar het centrum. In de kathedraal luisterden we eerst een tijdje naar een orgelconcert, maar dat was niet zo naar onze smaak. Later op de avond zou er nog een vocaal concert plaatsvinden onder de naam Sur le Pas de Fulbert. We overbrugden de tijd met een wijntje op een terras en keerden weer naar de kerk terug. Het zes man sterke Ensemble Fulbert de Chartres liep a capella zingend van achterin door het middenpad naar voren, zonder elke vorm van versterking de gigantische ruimte vullend. Puur akoestisch. Het ensemble vertolkte authentieke middeleeuwse composities, toegeschreven aan de heilige Fulbert, precies duizend jaar geleden bisschop van Chartres. Hij was een universele geest die tevens bouwmeester, schrijver, dichter, filosoof en musicus was. Vijftien stukken werden ten gehore gebracht, waarvan enkele samen met een gastsopraan. Ze vulden met hun fantastische gezang de hele ruimte. Fenomenaal. Wát mooi! Een voorrecht om meegemaakt te hebben.
Maar dat was nog niet alles. Bij het verlaten van de kerk werden we buiten nog eens verrast door een prachtige lichtshow op de voorgevel van de kathedraal. Een geweldig schouwspel, daar kunnen ze in Eindhoven nog wat van leren. Ik heb er een klein stukje van gefilmd. Er bleek sprake van een toeristische lichtroute door de stad. In dit kader hebben we nog een paar andere objecten bezocht die eveneens prachtig in het licht waren gezet.
Met een heerlijk voldaan gevoel keerden we gisteravond tegen elf uur in de jeugdherberg terug van deze prachtige, onvergetelijke avond in Chartres.
_________________________
Vandaag hielden we een relaxte toeristische rustdag. Wandelend werd de stad doorkruist. Met Gerry’s knie ging het perfect. Heerlijk. Ook zijn we met het toeristentreintje naar de wat verder gelegen bezienswaardigheden gereden. Een topdag.
In de vroege avond mailen we dit verslag naar May door met een aantal foto’s. Morgen gaat het weer verder zuidwaarts richting Tours. De wind blaast voor het eerst uit het noorden. Een geweldig vooruitzicht.
Nagekomen bericht
van Frans en Gerry
Uitslapen was er vanmorgen niet bij. Het petit dejeuner was van zeven tot half negen. Dus wil je ontbijten, dan moet je er op tijd uit. Daarna mag je nog even blijven tot tien uur en dan gaat de deur op slot tot drie uur ‘s middags.
Dus gingen we te voet naar de stad, om nog meer te zien en te genieten . Door de stad is een toeristische route aangegeven en die hebben we gedeeltelijk gevolgd. Ook hebben we geprobeerd om iets van de stad en haar bewoners in beeld te brengen.
Om twee uur werd het tijd om in het treintje te stappen voor een gebruikelijke rondrit. Dat was erg interessant. Er werd uitvoerig verteld over de bezienswaardigheden langs de route. Een detail was wel erg gênant. We reden voorbij de gevangenis en de bezoekers stonden reeds op de stoep te wachten tot ze naar binnen mochten. Je zult er maar staan als toeristische attractie...
Bij de kathedraal hebben we nog een tijdje op een bank gezeten, heerlijk in de zon en genietend van het schouwspel dat zich voor ons afspeelde. Er stond een man zeepbellen te blazen. Nou, en dat waren geen kleintjes (zie foto).
Voor het avondeten hebben we nog wat boodschappen gedaan om in de jeugdherberg ons eigen potje te koken. Het smaakte meer dan voortreffelijk.
We drinken nu nog een glas wijn en gaan ons mentaal en fysiek voorbereiden op de tocht van morgen, de eerste van de twee etappes naar Tours.
Au revoir.
Chartres, rustdag, 0 km
Vandaag mailden Frans en Gerry het volgende verhaal door uit Chartres. Toen ik gisteravond belde zaten ze net in een prachtig concert in de kathedraal. Vandaar dat ik geen gehoor kreeg.
Hier nu in tweede instantie het reisverhaal van gisteren, alsmede een terugblik op de dag van vandaag.
Tiende dag, zondag 18 augustus 2013
Condé-sur-Vesgre – Chartres, 50 km
De weersvoorspellingen zagen er niet goed uit voor de nacht en volgende ochtend. Een zwaar bewolkte dag met veel regen. Dus hadden we alles van de fietsen gehaald en alvast binnen gelegd, in ons romantisch huisje. Maar 's morgens leek het nogal mee te vallen. Dus snel ontbijten en wegwezen, voor alle zekerheid maar met de regenjasjes aan. Niet voor niets, want inderdaad vielen er onderweg een paar buitjes. De eerste echte regen van onze hele tocht. Jan de Wind was ons echter nog steeds niet vergeten, maar het landschap was een heel stuk vriendelijker dan de afgelopen dagen en we konden snel vorderingen maken.
In Maintenon bij het kasteel, waar we een stempel scoorden, werden we aangesproken door een echtpaar afkomstig uit de UK. Zij hadden fietsen gehuurd en waren op zoek naar een fietsvriendelijke route naar Chartres. We lieten hen onze routekaart zien en boden hen aan om een stukje met ons mee te rijden. Maar enkele kilometers verder verlieten ze ons om verder hun eigen route te fietsen. Toen we vlakbij Chartres op zoek waren naar een lunch mogelijkheid zagen we het tweetal weer terug.
Bij de nadering van Chartres zagen we de kathedraal reeds van kilometers afstand staan pronken. Een stuk buiten de stad kwamen we op een schitterend fietspad terecht, helemaal door het parkachtig groen langs de rivier de Eure. Dan rij je de bebouwde kom binnen, waar nog even een stevig klimmetje genomen moet worden; en dan sta je oog in oog met dat enorme, imposante bouwwerk, gerealiseerd in een tijdsbestek van dertig jaar, een uitzonderlijk korte bouwperiode.
Natuurlijk eerst een stempel. Dat lukte meteen in het winkeltje van de kathedraal.
Na wat eerste verkenningen besloten we de jeugdherberg op te zoeken. De beheerder, een gepensioneerde oudere heer, heette ons hartelijk welkom. ‘Weer Nederlanders en alweer op de fiets!’ lachte hij vanuit de grond van zijn hart. Hij kon redelijk verstaanbaar Engels spreken, zij het met een sterk nasaal Frans accent, zodat het toch goed opletten bleef.
We kregen een eigen (zespersoons..!) kamer. En voor onze fietsen was er een aparte berging aanwezig. Even later arriveerde een groep Duitse jongeren, uit de omgeving van Nürnberg. De beheerder trok een bedenkelijk gezicht. Veel te druk en te rumoerig. Hij was tenslotte gepensioneerd en gesteld op enige rust….
Nadat we onze kamer ingericht hadden, vertrokken we op heerlijk lege fietsen naar het centrum. In de kathedraal luisterden we eerst een tijdje naar een orgelconcert, maar dat was niet zo naar onze smaak. Later op de avond zou er nog een vocaal concert plaatsvinden onder de naam Sur le Pas de Fulbert. We overbrugden de tijd met een wijntje op een terras en keerden weer naar de kerk terug. Het zes man sterke Ensemble Fulbert de Chartres liep a capella zingend van achterin door het middenpad naar voren, zonder elke vorm van versterking de gigantische ruimte vullend. Puur akoestisch. Het ensemble vertolkte authentieke middeleeuwse composities, toegeschreven aan de heilige Fulbert, precies duizend jaar geleden bisschop van Chartres. Hij was een universele geest die tevens bouwmeester, schrijver, dichter, filosoof en musicus was. Vijftien stukken werden ten gehore gebracht, waarvan enkele samen met een gastsopraan. Ze vulden met hun fantastische gezang de hele ruimte. Fenomenaal. Wát mooi! Een voorrecht om meegemaakt te hebben.
Maar dat was nog niet alles. Bij het verlaten van de kerk werden we buiten nog eens verrast door een prachtige lichtshow op de voorgevel van de kathedraal. Een geweldig schouwspel, daar kunnen ze in Eindhoven nog wat van leren. Ik heb er een klein stukje van gefilmd. Er bleek sprake van een toeristische lichtroute door de stad. In dit kader hebben we nog een paar andere objecten bezocht die eveneens prachtig in het licht waren gezet.
Met een heerlijk voldaan gevoel keerden we gisteravond tegen elf uur in de jeugdherberg terug van deze prachtige, onvergetelijke avond in Chartres.
_________________________
Vandaag hielden we een relaxte toeristische rustdag. Wandelend werd de stad doorkruist. Met Gerry’s knie ging het perfect. Heerlijk. Ook zijn we met het toeristentreintje naar de wat verder gelegen bezienswaardigheden gereden. Een topdag.
In de vroege avond mailen we dit verslag naar May door met een aantal foto’s. Morgen gaat het weer verder zuidwaarts richting Tours. De wind blaast voor het eerst uit het noorden. Een geweldig vooruitzicht.
Nagekomen bericht
van Frans en Gerry
Uitslapen was er vanmorgen niet bij. Het petit dejeuner was van zeven tot half negen. Dus wil je ontbijten, dan moet je er op tijd uit. Daarna mag je nog even blijven tot tien uur en dan gaat de deur op slot tot drie uur ‘s middags.
Dus gingen we te voet naar de stad, om nog meer te zien en te genieten . Door de stad is een toeristische route aangegeven en die hebben we gedeeltelijk gevolgd. Ook hebben we geprobeerd om iets van de stad en haar bewoners in beeld te brengen.
Om twee uur werd het tijd om in het treintje te stappen voor een gebruikelijke rondrit. Dat was erg interessant. Er werd uitvoerig verteld over de bezienswaardigheden langs de route. Een detail was wel erg gênant. We reden voorbij de gevangenis en de bezoekers stonden reeds op de stoep te wachten tot ze naar binnen mochten. Je zult er maar staan als toeristische attractie...
Bij de kathedraal hebben we nog een tijdje op een bank gezeten, heerlijk in de zon en genietend van het schouwspel dat zich voor ons afspeelde. Er stond een man zeepbellen te blazen. Nou, en dat waren geen kleintjes (zie foto).
Voor het avondeten hebben we nog wat boodschappen gedaan om in de jeugdherberg ons eigen potje te koken. Het smaakte meer dan voortreffelijk.
We drinken nu nog een glas wijn en gaan ons mentaal en fysiek voorbereiden op de tocht van morgen, de eerste van de twee etappes naar Tours.
Au revoir.
zondag 18 augustus 2013
Stilte in Chartres...
Tiende dag, zondag 18 augustus 2013
Condé-sur-Vesgre – Chartres..?
Zondagavond, kwart over negen. Nog steeds niets gehoord van Frans en Gerry. Ik neem aan dat ze vandaag in Chartres zijn gearriveerd. Mogelijk al rond het middaguur. Eindelijk hebben ze eens een wat gemakkelijker dag gehad. Vooral de laatste twintig kilometer langs de oever van de Eure.
Ik neem aan dat ze in de jeugdherberg verblijven, l'auberge de jeunesse. Aangezien tegenwoordig elke jeugdherberg beschikt over internet of wifi heb ik zitten wachten op een e-mailtje. Of een telefoontje. Maar het blijft stil.
Daarom bel ik nu het nummer van Frans. Geen gehoor. Waarschijnlijk zijn ze gezellig de stad in. Genieten van de avond, van de illuminatie van die fantastische kathedraal, van de prestatie die ze geleverd hebben, en het vooruitzicht om morgen even níet te fietsen. Ze hebben het verdiend.
Kijk daarvoor maar eens naar het onderstaande hoogteprofiel tussen Compiègne en Chartres. nauwelijks een stukje vlak...
Voor de rest dus geen nieuws vandaag.
Condé-sur-Vesgre – Chartres..?
Zondagavond, kwart over negen. Nog steeds niets gehoord van Frans en Gerry. Ik neem aan dat ze vandaag in Chartres zijn gearriveerd. Mogelijk al rond het middaguur. Eindelijk hebben ze eens een wat gemakkelijker dag gehad. Vooral de laatste twintig kilometer langs de oever van de Eure.
Ik neem aan dat ze in de jeugdherberg verblijven, l'auberge de jeunesse. Aangezien tegenwoordig elke jeugdherberg beschikt over internet of wifi heb ik zitten wachten op een e-mailtje. Of een telefoontje. Maar het blijft stil.
Daarom bel ik nu het nummer van Frans. Geen gehoor. Waarschijnlijk zijn ze gezellig de stad in. Genieten van de avond, van de illuminatie van die fantastische kathedraal, van de prestatie die ze geleverd hebben, en het vooruitzicht om morgen even níet te fietsen. Ze hebben het verdiend.
Kijk daarvoor maar eens naar het onderstaande hoogteprofiel tussen Compiègne en Chartres. nauwelijks een stukje vlak...
Voor de rest dus geen nieuws vandaag.
Abonneren op:
Posts (Atom)

















.jpg)














